De raad keurt het belastingreglement op drijfkracht in de handels- en nijverheidsondernemingen voor de aanslagjaren 2026-2031 goed.
Belasting op drijfkracht in de handels- en nijverheidsondernemingen.
Artikel 170, §4 van de grondwet;
Artikel 40, §3 Decreet Lokaal Bestuur;
Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen;
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;
Artikel 78, 4° van het algemeen reglement op de gerechtskosten in strafzaken.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente.
Bedrijven gebruiken motoren om hun machines aan te drijven. Het gemeentebestuur behoudt de belasting op drijfkracht omwille van haar financiële behoefte en tevens de bedrijven aan te moedigen zorgvuldig om te gaan met hun energieverbruik. Deze belasting verlicht de financiële behoefte van de gemeente.
HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1 Toepassingsgebied
Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een belasting gevestigd op drijfkracht van motoren ten laste van nijverheids-, handels- en landbouwbedrijven, evenals op deze gebruikt door de beoefenaars van vrije beroepen, ongeacht of die bedrijven een eenmanszaak of een vennootschap zijn. De belasting betreft o.m. op de elektromotoren, de stoommachines, de verbrandingsmotoren, de waterturbines,…
Artikel 2 Definities
1° Bijgebouw van een inrichting: elke instelling, onderneming of werf van om het even welke aard, die gedurende een ononderbroken tijdvak van minstens drie maanden op het grondgebied van de gemeente gevestigd is.
2° Gebruik: het totale beschikbaar vermogen van alle motoren die effectief gebruikt worden of kunnen gebruikt worden voor de doeleinden waarvoor ze bestemd zijn.
Artikel 3 Modaliteiten
De kracht van de hydraulische toestellen wordt in gemeen overleg met belanghebbende door het college van burgemeester en schepenen vastgesteld. De kracht van de hydraulische toestellen wordt berekend door omzetting van de kracht in paardenkracht naar kilowatt (1 PK = 735,5 Watt).
De gedeelten van de eenheid in KW van het globaal vermogen worden voor één eenheid gerekend of verwaarloosd naargelang zij al dan niet een half overschrijden.
Iedere belastingplichtige is ertoe gehouden aan elke bevoegde ambtenaar die er om verzoekt de nodige uitleg en verantwoording te verstrekken die hem of haar moet toelaten de aangifte op haar juistheid te controleren.
HOOFDSTUK 2 BELASTING
Artikel 4 Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd voor de motoren die de belastingplichtige voor de exploitatie van zijn inrichting of van zijn bijgebouwen gebruikt of kan gebruiken op 01 januari van het aanslagjaar.
Voor de motoren, gebruikt voor een zoals in het vorig lid bedoeld en op het grondgebied van een andere gemeente overgebracht bijgebouw, is geen gemeentebelasting verschuldigd voor het tijdvak van het gebruik in de andere gemeente.
Wanneer hetzij een inrichting, hetzij een hierboven bedoeld bijgebouw, geregeld en duurzaam een motor gebruikt voor de verbinding van één of meer bijgebouwen of een verbinding met een verkeersweg, is daarvoor de belasting verschuldigd in de gemeente waar hetzij de inrichting, hetzij het hoofdgebouw gevestigd is.
Artikel 5 Bedrag
De belasting wordt als volgt vastgesteld:
| Omschrijving |
Belasting |
| Drijfkracht |
|
| Per eenheid en per breuk van KW op de motoren, ongeacht de krachtbron (1) | 20,00 EUR |
(1) De minimale belasting bedraagt 90,00 EUR per jaar
Artikel 6 Indexering
Elke 1e januari worden de bedragen van de belasting automatisch herzien op basis van de schommeling van de gezondheidsindex volgens de formule:
nieuw tarief = (basistarief x nieuwe index) / basisindex
Het basistarief = tarief zoals vermeld in voorgaand artikel
De basisindex = de gezondheidsindex (basisjaar 2013) van toepassing voor de maand november 2025.
De nieuwe index = de gezondheidsindex (basisjaar 2013) van toepassing voor de maand november van het jaar dat voorafgaat aan de herziening.
Het nieuwe tarief wordt steeds afgerond naar het dichtstbijzijnde gehele getal volgens de rekenkundige afronding (kleiner dan 5 afronding naar beneden, groter of gelijk aan 5, afronding naar boven)
Artikel 7 Vrijstelling
7.1 Motoren
Er wordt een vrijstelling voorzien:
7.2 Aard van de belastingplichtige
De belastingplichtige die een vrijstelling van belasting kan genieten, is niet ontheven van de aangifteplicht.
Artikel 8 Stopzetting
De stopzetting, buiten gebruikstelling, vermindering of staking van de bedrijfsactiviteit in de loop van het aanslagjaar geeft geen aanleiding tot enige belastingvermindering.
Artikel 9 Aangifte
9.1 Elke belastingplichtige moet uiterlijk op 31 maart van het aanslagjaar aangifte doen op een aangifteformulier dat het gemeentebestuur ter beschikking stelt. Als aangiftedatum geldt de postdatum of bij afgifte de datum vermeld op het ontvangstbewijs. Bij het digitaal indienen van de aangifte geldt de verzendingsdatum. Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag.
Deze aangifte kan gebeuren via één van volgende kanalen:
• e-mail: belastingen@kapelle-op-den-bos.be;
• post: College van burgemeester en schepenen, Marktplein 27, 1880 Kapelle-op-den-Bos.
• Via het digitaal loket: www.kapelle-op-den-bos.be
9.2 Een belastingplichtige is vrijgesteld van de voorgeschreven aangifteplicht, op voorwaarde dat hij/zij voor het vorige aanslagjaar werd aangeslagen op basis van een tijdig ingediend aangifteformulier of een voorstel van aangifte dat zo nodig tijdig werd verbeterd of vervolledigd. Er is geen vrijstelling van aangifteplicht in het eerste aanslagjaar bij de ingang voor het reglement.
Een belastingplichtige kan niettemin worden verplicht – waarvan sprake in het eerste lid – een aangifteformulier in te dienen, indien hem/haar dat uitdrukkelijk wordt gevraagd door het gemeentebestuur – dienst Financiën.
9.3 Wanneer een vrijstelling van de aangifteplicht geldt, wordt aan de belastingplichtige een voorstel van aangifte ter beschikking gesteld.
Het voorstel van aangifte wordt uitgereikt door het gemeentebestuur – dienst Financiën en vermeldt gegevens inzake de vestiging.
9.4 Indien op het voorstel van aangifte onjuistheden of onvolledigheden zijn vermeld of indien de voorgedrukte gegevens niet overeenstemmen met de belastbare toestand op 1 januari van het aanslagjaar, moet de belastingplichtige uiterlijk op 30 juni van het aanslagjaar het voorstel van aangifte gedag- en genaamtekend indienen bij het gemeentebestuur – dienst Financiën, met een duidelijke en volledige vermelding en opgave op het voorstel van aangifte van de correcte gegevens en/of alle verbeteringen of vervollediggingen. Het is de belastingplichtige die dient te bewijzen dat hij/zij het (verbeterd of vervolledigd) voorstel van aangifte tijdig indiende.
Indien het voorstel van aangifte evenwel geen onjuistheden of onvolledigheden bevat en alle voorgedrukte gegevens stroken met de belastbare toestand op 1 januari van het aanslagjaar, moet de belastingplichtige het voorstel van aangifte niet indienen bij het gemeentebestuur- dienst Financiën.
9.5 Het voorstel van aangifte, dat zo nodig wordt verbeterd of vervolledigd binnen de in 9.4 vermelde termijn, heeft dezelfde waarde als een tijdig ingediende aangifte.
Indien de belastingplichtige evenwel de in 9.4 voorziene verplichting niet tijdig naleeft en/of onjuiste en/of onvolledige gegevens vermeldt en/of foutieve verbeteringen aanbrengt op het voorstel van aangifte, wordt het voorstel van aangifte gelijkgesteld met een gebrek aan aangifte binnen gestelde termijn en/of met een onjuiste aangifte en zijn de bepalingen van artikel 11 van toepassing.
9.6 Wanneer een belastingplichtige geen aangifteformulier ontvangt, moet de belastingplichtige het aangifteformulier afhalen of aanvragen bij het gemeentebestuur- dienst Financiën.
9.7 Wanneer een belastingplichtige vrijgesteld is van de aangifteplicht en waarvoor hij/zij vanwege het gemeentebestuur geen voorstel van aangifte ontvangt, moet de belastingplichtige het voorstel van aangifte afhalen of aanvragen bij het gemeentebestuur – dienst Financiën.
Artikel 10 Inning
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
De vestiging en de invordering van de belasting, alsook de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
Artikel 11 Ambtshalve aangifte
11.1 Bij gebrek aan een aangifte op de gestelde datum, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, kan de belasting ambtshalve ingekohierd worden. Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting. De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de datum van verzending van die kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
11.2 De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met 10% ingeval van een eerste inbreuk op de aangifteverplichting, 50% ingeval van een tweede inbreuk op de aangifteverplichting en 100% ingeval van drie of meerdere inbreuken op de aangifteverplichtingen. In geen geval mag het verhoogd recht het dubbele van de verschuldigde belasting overschrijden. De belastingverhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.
HOOFDSTUK 3 GESCHILLEN
Artikel 13 Bezwaar
De belastingplichtige kan tegen deze belasting een bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, gemotiveerd en ondertekend zijn en vermeldt:
1. de naam, de hoedanigheid, het adres of de zetel van de belastingplichtige ten laste van wie de belasting gevestigd wordt;
2. het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en de middelen.
De indiening van het bezwaarschrift moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding verstuurd, binnen vijftien kalenderdagen na de indiening ervan.
Artikel 14 Beroep
Tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen kan beroep worden ingediend bij de rechtbank van eerste aanleg.
HOOFDSTUK 4 SLOTBEPALINGEN
Artikel 11 Bekendmaking
Dit besluit wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 tot en met 288 van het decreet van het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 wordt de toezichthoudende overheid op de hoogte gebracht van de bekendmaking van dit besluit.