De raad keurt het belastingreglement op het vervoer van personen met een politievoertuig voor de aanslagjaren 2026-2031 goed.
Belasting op het vervoeren van personen met een politievoertuig.
Artikel 170, §4 van de grondwet;
Artikel 40, §3 Decreet Lokaal Bestuur;
Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen;
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;
Artikel 78, 4° van het algemeen reglement op de gerechtskosten in strafzaken.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente.
Personen, die met een politievoertuig worden vervoerd ingevolge gedragingen die zorgen voor sociale overlast (dronkenschap, lawaaihinder, …), zal een forfaitair bedrag per rit worden aangerekend, aangezien dergelijk vervoer de werklast van de politie aanzienlijk verzwaart waardoor andere taken, en in het verlengde de basispolitiezorg, in het gedrang kunnen komen.
HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1 Toepassingsgebied
Met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031, wordt een belasting gevestigd op het vervoer van personen met een politievoertuig wegens:
- Openbare dronkenschap of vermoedelijke alcohol- of drugsintoxicatie ten gevolge van een positieve ademtest, een positieve drugtest of weigering van een dergelijke analyse
- Bestuurlijke aanhouding om welke reden dan ook.
Artikel 2 Definities
Rit: het traject dat wordt afgelegd vanaf het uitrukken van het politievoertuig tot op het ogenblik dat de betrokkene op zijn eindbestemming is gebracht. De eindbestemming is de meest aangewezen eindbestemming naar gelang het geval (o.a. politiecommissariaat, adres van de betrokkene, ziekenhuis, zorg- of psychiatrische instelling,…).
HOOFDSTUK 2 BELASTING
Artikel 3 Belastingplichtige
De belasting valt ten laste van de vervoerde persoon of in voorkomend geval, van de door hem burgerlijk verantwoordelijke persoon. Zij is verschuldigd vanaf het ogenblik dat de vervoerde persoon zijn eindbestemming bereikt heeft.
Artikel 4 Bedrag
De belasting wordt als volgt vastgesteld:
| Omschrijving |
Belasting |
| Combitax |
|
| Rit (per vervoerd persoon) | 125,00 EUR |
Artikel 5 Indexering
Elke 1e januari worden de bedragen van de belasting automatisch herzien op basis van de schommeling van de gezondheidsindex volgens de formule:
nieuw tarief = (basistarief x nieuwe index) / basisindex
Het basistarief = tarief zoals vermeld in voorgaand artikel
De basisindex = de gezondheidsindex (basisjaar 2013) van toepassing voor de maand november 2025.
De nieuwe index = de gezondheidsindex (basisjaar 2013) van toepassing voor de maand november van het jaar dat voorafgaat aan de herziening.
Het nieuwe tarief wordt steeds afgerond naar het dichtstbijzijnde gehele getal volgens de rekenkundige afronding (kleiner dan 5 afronding naar beneden, groter of gelijk aan 5, afronding naar boven)
Artikel 6 Vrijstelling
De belasting is niet verschuldigd bij het vervoer van gerechtelijk aangehouden personen volgens de wet van 20 juli 1990.
Artikel 7 Inning
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen. De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
De vestiging en de invordering van de belasting, alsook de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
HOOFDSTUK 3 GESCHILLEN
Artikel 8 Bezwaar
De belastingplichtige kan tegen deze belasting een bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, gemotiveerd en ondertekend zijn en vermeldt:
1. de naam, de hoedanigheid, het adres of de zetel van de belastingplichtige ten laste van wie de belasting gevestigd wordt;
2. het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en de middelen.
De indiening van het bezwaarschrift moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding verstuurd, binnen vijftien kalenderdagen na de indiening ervan.
Artikel 9 Beroep
Tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen kan beroep worden ingediend bij de rechtbank van eerste aanleg.
HOOFDSTUK 4 SLOTBEPALINGEN
Artikel 10 Bekendmaking
Dit besluit wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 tot en met 288 van het decreet van het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 wordt de toezichthoudende overheid op de hoogte gebracht van de bekendmaking van dit besluit.