De raad keurt het belastingreglement op het exploiteren van tijdelijke horecagelegenheden voor de aanslagjaren 2026-2031 goed.
Belasting op het exploiteren van tijdelijke horecagelegenheden.
Artikel 170, §4 van de grondwet;
Artikel 40, §3 Decreet Lokaal Bestuur;
Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen;
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;
Rekening houdend met de financiële toestand van de gemeente.
Tijdelijke horeca kan gevolgen hebben voor de omgeving zoals geluidsoverlast, afval, verkeer, veiligheidsrisico’s. Bovendien is er ook een administratieve kost verbonden aan de oprichting aan de tijdelijke horeca-evenementen.
HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1 Toepassingsgebied
Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een belasting gevestigd op het exploiteren van tijdelijke horecagelegenheden die gevestigd zijn op het grondgebied van de gemeente Kapelle-op-den-Bos gedurende het aanslagjaar.
Artikel 2 Definities
Voor de toepassing van het reglement wordt verstaan onder:
1° Horeca-activiteit: het tegen betaling aanbieden van voedingswaren en /of dranken die ter plaatse kunnen worden genuttigd, ongeacht de toegangsvoorwaarden
2° Tijdelijke horecagelegenheid: een handelsuitbating die één of meerdere horeca- activiteiten heeft met als doel tijdelijk te worden uitgebaat, waarvan de bezetting minimum 15 opeenvolgende kalenderdagen duurt met een maximum van 6 maanden en waarbij de locatie slechts voor een bepaalde periode ter beschikking is, met een minimum van 30 opeenvolgende dagen en een maximum van 6 maanden.
3° Exploitant: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die een tijdelijke horecagelegenheid exploiteert of voor wiens rekening een tijdelijke horecagelegenheid wordt geëxploiteerd.
4° Oppervlakte vestiging: de oppervlakte, al dan niet op het openbaar domein, die rechtstreeks of onrechtstreeks gebruikt wordt of tot het gebruik is voorbehouden voor de uitbating van een tijdelijke horecagelegenheid. De oppervlakte wordt gemeten per bouwlaag. Wordt niet als oppervlakte beschouwd: de oppervlakte van parking.
HOOFDSTUK 2 BELASTING
Artikel 3 Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de exploitant.
Artikel 4 Bedrag
De belasting wordt als volgt vastgesteld:
| Omschrijving |
Belasting |
| Tijdelijke horecagelegenheid |
|
| Oppervlakte vestiging tot en met 50 m² |
0,00 EUR |
| Oppervlakte vestiging van 51 m² tot en met 100 m² | 250,00 EUR |
| Oppervlakte vestiging van 101 m² tot en met 300 m² | 500,00 EUR |
| Oppervlakte vestiging van 301 m² tot en met 500 m² | 750,00 EUR |
| Oppervlakte vestiging van 501 m² tot en met 1.000 m² | 2.500,00 EUR |
| Oppervlakte vestiging van 1.001 m² tot en met 2.000 m² | 5.000,00 EUR |
| Oppervlakte vestiging van 2.001 m² tot en met 3.000 m² | 6.000,00 EUR |
| Oppervlakte vestiging vanaf 3.001 m² | 8.000,00 EUR |
Artikel 5 Indexering
Elke 1e januari worden de bedragen van de belasting automatisch herzien op basis van de schommeling van de gezondheidsindex volgens de formule:
nieuw tarief = (basistarief x nieuwe index) / basisindex
Het basistarief = tarief zoals vermeld in voorgaand artikel
De basisindex = de gezondheidsindex (basisjaar 2013) van toepassing voor de maand november 2025.
De nieuwe index = de gezondheidsindex (basisjaar 2013) van toepassing voor de maand november van het jaar dat voorafgaat aan de herziening.
Het nieuwe tarief wordt steeds afgerond naar het dichtstbijzijnde gehele getal volgens de rekenkundige afronding (kleiner dan 5 afronding naar beneden, groter of gelijk aan 5, afronding naar boven)
Artikel 6 Vrijstelling
De belasting is niet verschuldigd voor tijdelijke horecagelenheden die zich vestigen in leegstaande handelspanden.
Artikel 7 Aangifte
7.1 Elke belastingplichtige moet uiterlijk 31 maart van het aanslagjaar aangifte doen op een aangifteformulier dat het gemeentebestuur ter beschikking stelt. Als aangiftedatum geldt de postdatum of bij afgifte de datum vermeld op het ontvangstbewijs. Bij het digitaal indienen van de aangifte geldt de verzendingsdatum. Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag.
Deze aangifte kan gebeuren via één van volgende kanalen:
7.2 Wanneer een belastingplichtige geen aangifteformulier ontvangt, moet de belastingplichtige het aangifteformulier afhalen of aanvragen bij het gemeentebestuur- dienst Financiën.
Artikel 8 Ambtshalve aangifte
8.1 Bij gebrek aan een aangifte op de gestelde datum, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, kan de belasting ambtshalve ingekohierd worden. Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting. De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de datum van verzending van die kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
8.2 De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met 10% ingeval van een eerste inbreuk op de aangifteverplichting, 50% ingeval van een tweede inbreuk op de aangifteverplichting en 100% ingeval van drie of meerdere inbreuken op de aangifteverplichtingen. In geen geval mag het verhoogd recht het dubbele van de verschuldigde belasting overschrijden. De belastingverhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.
Artikel 9 Inning
De belasting is verschuldigd voor elke tijdelijke horecagelegenheid die op het grondgebied van de gemeente Kapelle-op-den-Bos wordt geëxploiteerd.
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen. De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
De vestiging en de invordering van de belasting, alsook de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
HOOFDSTUK 3 GESCHILLEN
Artikel 10 Bezwaar
De belastingplichtige kan tegen deze belasting een bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, gemotiveerd en ondertekend zijn en vermeldt:
1. de naam, de hoedanigheid, het adres of de zetel van de belastingplichtige ten laste van wie de belasting gevestigd wordt;
2. het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en de middelen.
De indiening van het bezwaarschrift moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding verstuurd, binnen vijftien kalenderdagen na de indiening ervan.
Artikel 11 Beroep
Tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen kan beroep worden ingediend bij de rechtbank van eerste aanleg.
HOOFDSTUK 4 SLOTBEPALINGEN
Artikel 12 Bekendmaking
Dit besluit wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 tot en met 288 van het decreet van het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 wordt de toezichthoudende overheid op de hoogte gebracht van de bekendmaking van dit besluit.