Terug
Gepubliceerd op 18/12/2025

Besluit  Gemeenteraad

ma 15/12/2025 - 20:30

Belastingreglement opname en belasting van verwaarloosde woningen en gebouwen 2026-2031 v1.0 - beslissing

Aanwezig: Dirk Robberechts, voorzitter van de gemeenteraad
Mathias Diricx, burgemeester
Dirk Hermans, Edward De Wit, Jos Thomas, Else Vanden Broeck, schepenen
Renaat Huysmans, Hilde De Keersmaeker, Ann Van Rompaey, Lena Ghysels, Sonja Thielemans, Hendrik De Vleeschouwer, Hanne Lamberts-Van Assche, Daan De Doncker, Marie-Paule Van Aken, Luna Scheyvaerts, Els Scherps, Tom Van de Voorde, Conny Booghmans, Stefaan De Doncker, Raadsleden
Siebe Ruykens, algemeen directeur
Verontschuldigd: Kris Teugels, raadslid

De raad keurt het belastingreglement voor opname en belasting van verwaarloosde woningen en gebouwen voor de aanslagjaren 2026-2031 goed.

Aanleiding

Belastingreglement voor opname en belasting van verwaarloosde woningen en gebouwen 2026-2031.

Regelgeving
Artikel s 56, § 1  van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB);
 
Artikels 40, §3 en 41, 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB);
 

Artikel 170, §4 van de Grondwet;

 

Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;

 

Het bestuursdecreet van 7 december 2018;

 

Boek 2, Deel 2, Titel 4, artikels 2.15 - 2.20 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 over het register van verwaarloosde woningen en gebouwen;

 

Boek 2. Deel 2. Titel 4 van het Besluit van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 betreffende de subsidiëring van intergemeentelijke projecten ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid. Onder artikel 2.14 staat verwaarloosde gebouwen en woningen opsporen, registreren en aanpakken opgenomen als basisinitiatief;

 

Besluit van de gemeenteraad van 25 augustus 2025 houdende het verderzetten van de deelname aan de Interlokale Vereniging “Woonwinkel KLM”;

 

Besluit van de gemeenteraad van 16 december 2019 houdende een gemeentelijk belastingreglement op verwaarloosde woningen en gebouwen - 1 januari 2020 tot en met 31 december 2025;

 

Besluit van de gemeenteraad van 26 oktober 2020 houdende een gemeentelijk reglement bestrijding van verwaarloosde woningen en gebouwen – aanslagjaren 2020 - 2025;

 

Alle voorgaande reglementen waar momenteel nog een woning op het register staat die op basis van dat reglement werd opgenomen.

Feiten, context en argumentatie

Verwaarlozing wordt decretaal gedefinieerd als ernstige zichtbare en storende gebreken aan o.a. buitenmuren, dak, schrijnwerk en goten. Gemeenten kunnen deze definitie verder uitwerken en de vaststellingsprocedure bepalen via een reglement.

 

Om verwaarlozing van woningen en gebouwen op het grondgebied van de gemeente te voorkomen en te bestrijden, moet de verloedering van de leef- en woonomgeving worden tegengegaan. 

 

Het beleid met betrekking tot verwaarloosde woningen en gebouwen werd overgeheveld van het Vlaamse naar het gemeentelijk niveau, waarbij de gewestelijke registratie en heffing volledig worden opgeheven.

 

De gemeente maakt deel uit van de Interlokale Vereniging Woonwinkel KLM. Het activiteitenpakket van het project bevat het opsporen, registreren en aanpakken van verwaarloosde gebouwen en woningen als aanvullende activiteit en als basisactiviteit zoals vermeld in artikel 2.14 van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021.

 

Het is wenselijk en nuttig om een geïntegreerd beleid te voeren ter bestrijding van leegstand en verwaarlozing van woningen en gebouwen.

 

De vrijstellingen die in het reglement zijn opgenomen spelen in op (onvoorziene) situaties en sluiten aan bij de beleidsdoelstellingen van de gemeente. Ze zijn verantwoord aangezien ze objectief, controleerbaar en tijdelijk zijn. Ze houden rekening met redelijke uitzonderingssituaties waarin het opleggen van een belasting niet proportioneel zou zijn.

 

Rekening houdend met de financiële toestand van de gemeente.

Publieke stemming
Aanwezig: Dirk Robberechts, Mathias Diricx, Dirk Hermans, Edward De Wit, Jos Thomas, Else Vanden Broeck, Renaat Huysmans, Hilde De Keersmaeker, Ann Van Rompaey, Lena Ghysels, Sonja Thielemans, Hendrik De Vleeschouwer, Hanne Lamberts-Van Assche, Daan De Doncker, Marie-Paule Van Aken, Luna Scheyvaerts, Els Scherps, Tom Van de Voorde, Conny Booghmans, Stefaan De Doncker, Siebe Ruykens
Voorstanders: Dirk Robberechts, Mathias Diricx, Dirk Hermans, Edward De Wit, Jos Thomas, Else Vanden Broeck, Renaat Huysmans, Hilde De Keersmaeker, Ann Van Rompaey, Lena Ghysels, Sonja Thielemans, Hendrik De Vleeschouwer, Hanne Lamberts-Van Assche, Daan De Doncker, Marie-Paule Van Aken, Luna Scheyvaerts, Els Scherps, Tom Van de Voorde, Conny Booghmans, Stefaan De Doncker
Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
Besluit

HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN


Artikel 1 Toepassingsgebied

Met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 geldt er een gemeentebelasting op de woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden opgenomen zijn in het verwaarlozingsregister.

De belasting is voor het eerst verschuldigd op het ogenblik dat de woning of het gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden opgenomen is in het verwaarlozingsregister.

Zolang de woning of het gebouw niet is geschrapt uit het verwaarlozingsregister, blijft de belasting verschuldigd bij elke verjaardag van de opname.


Artikel 2 Definities

Voor de toepassing van het reglement wordt verstaan onder:

1° administratie: de personeelsleden die door het college van burgemeester en schepenen of het beslissingsorgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband belast zijn met de opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen. Zij bezitten onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden. De administratie voert alle taken uit met betrekking tot de opmaak, opbouw, het beheer en de actualisering van het verwaarlozingsregister;
2° beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:
a. een (elektronisch) aangetekend schrijven,
b. een afgifte tegen ontvangstbewijs,
c. via de gemeentelijke website indien een meldingsformulier voorzien is,
d. elke andere door de administratie toegelaten betekeniswijze waarbij de datum van kennisgeving met zekerheid kan worden vastgesteld;
3° gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2, 1° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, zoals vermeld artikel 1.3, §1, 14° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
4° houder (of medehouder) van het zakelijk recht: de persoon of de personen met een recht van volle eigendom, opstal, erfpacht of vruchtgebruik met betrekking tot een gebouw of een woning;
5° verjaardag: het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de opnamedatum, zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt;
6° verwaarlozingsregister: het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen, vermeld in artikel 2 van dit reglement;
7° woning: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande.

 

Artikel 3 Opname verwaarlozingsregister

3.1 Verwaarlozingsregister

De administratie houdt een register bij van verwaarloosde woningen en gebouwen. 
In het verwaarlozingsregister worden de volgende gegevens opgenomen: 

1° het adres van de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw,
2° het dossiernummer,
3° de datum van opname in het verwaarlozingsregister.

3.2 Vaststelling van verwaarlozing
§1. Een gebouw of een woning wordt beschouwd als verwaarloosd, wanneer het ernstige zichtbare en storende gebreken of tekenen van verval vertoont aan buitenmuren, voegwerk, schoorstenen, dakbedekking, dakgebinte, buitenschrijnwerk, kroonlijst of dakgoten. Op basis van het opnameattest wordt geoordeeld hoeveel indicaties van verwaarlozing aanwezig zijn.
Indien 3 of meer gebreken van categorie I (klein gebrek) of minstens 1 gebrek van categorie II (ernstig gebrek) aanwezig is, is er sprake van verwaarlozing.
§2. Een verwaarloosde woning of gebouw wordt opgenomen in het verwaarlozingsregister aan de hand van een genummerd opnameattest waaraan minstens één foto wordt toegevoegd. Het opnameattest bevat een opsomming van alle gebreken die aanleiding geven tot de opname in het verwaarlozingsregister. De datum van de vaststelling is de datum van het opnameattest en geldt eveneens als opnamedatum in het verwaarlozingsregister.
§3. Een woning die opgenomen is in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen kan eveneens opgenomen worden in het verwaarlozingsregister, en omgekeerd.
§4. Een woning die of een gebouw dat opgenomen is in het gemeentelijke leegstandsregister, kan eveneens opgenomen worden in het verwaarlozingsregister, en omgekeerd.
§5. Een woning die opgenomen is in het gemeentelijk register tweede verblijven, kan eveneens opgenomen worden in het verwaarlozingsregister, en omgekeerd.

3.3 Kennisgeving van de opname

§1. Alle houders van het zakelijk recht, zoals bekend bij de administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen, worden met een beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister.

§2. De beveiligde zending wordt gericht aan de woonplaats van de houder van het zakelijk recht. Is de woonplaats van een houder van het zakelijk recht niet bekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan de verblijfplaats. Is de verblijfplaats van een houder van het zakelijk recht niet bekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan het adres van de woning of het gebouw waarop het opnameattest betrekking heeft.


3.4 Beroep tegen de opname

§1. Het modelformulier om beroep in te dienen tegen de opname in het verwaarlozingsregister is in te vullen via de website van de gemeente of op te vragen aan de administratie.

Het beroepschrift moet minstens de volgende gegevens bevatten:
1° de identiteit en het adres van de indiener,
2° het adres van de woning of het gebouw waarop het beroepschrift betrekking heeft,
3° de bewijsstukken die aantonen dat de opname van de woning of het gebouw in het verwaarlozingsregister onterecht is gebeurd. De opname kan worden betwist met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed.
Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt de houder van het zakelijk recht bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij deze optreedt als advocaat die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
§2. De houder van het zakelijk recht vult het modelformulier om beroep in te dienen tegen de opname in het verwaarlozingsregister in binnen een termijn van dertig kalenderdagen, te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van de beveiligde zending omtrent de opname in het verwaarlozingsregister.
§3. Het beroepschrift is onontvankelijk als het niet is ingediend overeenkomstig de bepalingen in §1. Het indienen van een aangepast of nieuw beroep is mogelijk zolang de beroepstermijn van §2 niet verstreken is. Dan vervalt het eerste beroep.
§4. Het college van burgemeester en schepenen beslist over de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften. De beslissing gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling. Als een beslissing op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de administratie. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot een gebouw of een woning geweigerd, of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.
§5. Het college van burgemeester en schepenen doet uitspraak over het beroep en betekent de beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na de indiening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend.
§6. Als de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister niet tijdig betwist wordt, of het beroep onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, blijft de woning of het gebouw opgenomen in het verwaarlozingsregister.

3.5 Schrapping uit het verwaarlozingsregister
§1. Een woning of gebouw wordt uit het verwaarlozingsregister geschrapt als de houder van het zakelijk recht bewijst dat:
• de woning of het gebouw maximaal twee gebreken van categorie I vertoont en geen gebreken van categorie II, zoals vermeld in het opnameattest in artikel 3, en deze toestand niet langer aanleiding geeft tot verwaarlozing;
• de woning of het gebouw volledig werd gesloopt, wat blijkt uit objectieve vaststellingen, waaronder de volledige ruiming van het puin.
De houder van het zakelijk recht kan dit aantonen door het aanleveren van bewijsstukken. Indien dit onvoldoende blijkt, kan de administratie een aanvullend feitenonderzoek uitvoeren.
De administratie kan op eigen initiatief een woning of gebouw uit het verwaarlozingsregister schrappen, indien bij een controle ter plaatse blijkt dat maximaal twee gebreken van categorie I aanwezig zijn en geen gebreken van categorie II voorkomen, zoals vastgesteld in het opnameattest.
§2. Het modelformulier om een schrapping aan te vragen is in te vullen via de website van de gemeente of te vragen aan de administratie. De schrappingsaanvraag bevat:
• de identiteit en het adres van de indiener,
• het adres van de woning of het gebouw waarop de vraag tot schrapping betrekking heeft,
• de bewijsstukken zoals vermeld in §1 die aantonen dat de woning of het gebouw geschrapt mag worden uit het verwaarlozingsregister.
Als datum van het schrappingsverzoek geldt de datum van ontvangst van de melding via de gemeentelijke website of de datum van de ontvangstbevestiging van het papieren aanvraagformulier.
Als het verzoek ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, wordt een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging toegevoegd aan het dossier, tenzij deze persoon optreedt als advocaat die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
§3. De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het verwaarlozingsregister en neemt een beslissing binnen een termijn van negentig dagen na de ontvangst van het verzoek. De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van de beslissing met een beveiligde zending. Wordt het verzoek ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw geschrapt uit het verwaarlozingsregister. De indieningsdatum van het schrappingsverzoek geldt als datum waarop de woning of het gebouw uit het verwaarlozingsregister wordt geschrapt.
§4. Tegen de beslissing over het verzoek tot schrapping kan de houder van het zakelijk recht beroep aantekenen volgens de procedure, vermeld in artikel 5. Dezelfde termijnen en procedures gelden.

 

HOOFDSTUK 2 BELASTING


Artikel 4 Belastingplichtige

§1. De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht op de verwaarloosde woning of het verwaarloosd gebouw.

§2. Bij mede-eigendom wordt de verwaarlozingsbelasting pro rata verdeeld volgens het eigendomsdeel, maar alle mede-eigenaars zijn hoofdelijk aansprakelijk voor het volledige bedrag. Een mede-eigenaar met een persoonsgebonden vrijstelling is vrijgesteld van betaling; de overige mede-eigenaars blijven hoofdelijk aansprakelijk voor het resterende bedrag.

§3. ln geval van overdracht van het zakelijk recht informeert de verkoper of diens notaris de verkrijger van het zakelijk recht vooraf dat het goed is opgenomen in het verwaarlozingsregister. De verkoper of diens notaris stelt de administratie binnen twee maanden na het verlijden van de authentieke overdrachtsakte via beveiligde zending in kennis van de overdracht. De kennisgeving bevat minstens de volgende gegevens:

  • het adres van de overgedragen woning of gebouw;
  • naam en adres van de nieuwe houder van het zakelijk recht en het eigendomsaandeel;
  • datum van de akte van verkoop;
  • naam en kantooradres van de notaris.

De belastingplicht gaat over op de nieuwe houder vanaf de datum van de akte van verkoop.

Bij ontbreken van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht, in afwijking van §1, als belastingschuldige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.

In elk geval wordt er geen rekening gehouden met de tussen partijen gesloten overeenkomst aangaande de verschuldigde belasting.

 

Artikel 5 Bedrag

De belasting wordt als volgt vastgesteld: 

Omschrijving

Belasting

Opname in het leegstandsregister

Na 1 jaar

1.500,00 EUR

Na 2 opeenvolgende jaren

3.000,00 EUR

Na 3 opeenvolgende jaren

4.500,00 EUR

Na 4 opeenvolgende jaren

6.000,00 EUR

Na 5 opeenvolgende jaren

7.500,00 EUR

Na afloop van een vrijstellingsperiode van de verwaarlozingsheffing wordt vastgesteld hoelang het gebouw of de woning in het verwaarlozingsregister is opgenomen vanaf opnamedatum. De vrijstellingsperiode wordt daarbij niet als een onderbreking van de registratie beschouwd en telt volledig mee bij het totaal aantal opeenvolgende jaren dat het pand in het verwaarlozingsregister is opgenomen. Het totaal aantal jaren vanaf de opnamedatum is bepalend voor het bedrag van de verwaarlozingsheffing.


Indien er een overdracht is van het zakelijk recht, vervalt het aantal termijnen dat de woning of een gebouw in het verwaarlozingsregister staat. Op basis van artikel 12, §2, 1° kan de nieuwe houder van het zakelijk recht een vrijstelling aanvragen voor het eerste jaar dat volgt op het verkrijgen van het zakelijk recht. Vanaf het tweede jaar zal de nieuwe houder zakelijk recht voor het eerst worden belast.


Artikel 6 Indexering

Elke 1e januari worden de bedragen van de belasting automatisch herzien op basis van de schommeling van de gezondheidsindex volgens de formule:

nieuw tarief = (basistarief x nieuwe index) / basisindex

Het basistarief = tarief zoals vermeld in voorgaand artikel
De basisindex = de gezondheidsindex (basisjaar 2013) van toepassing voor de maand november 2025.
De nieuwe index = de gezondheidsindex (basisjaar 2013) van toepassing voor de maand november van het jaar dat voorafgaat aan de herziening.
Het nieuwe tarief wordt steeds afgerond naar het dichtstbijzijnde gehele getal volgens de rekenkundige afronding (kleiner dan 5 afronding naar beneden, groter of gelijk aan 5, afronding naar boven).


Artikel 7 Vrijstelling

§1. Een belastingplichtige die in aanmerking komt voor een vrijstelling overeenkomstig dit reglement, wordt aangemoedigd om uiterlijk twee maanden voor de verjaardag van de opname in het verwaarlozingsregister een gemotiveerde aanvraag in te dienen. Dit kan via het modelformulier dat beschikbaar is op de gemeentelijke website of kan bekomen worden bij de administratie. De aanvraag moet schriftelijk, ondertekend en gemotiveerd zijn, en vergezeld gaan van de nodige bewijsstukken.

§2. De belastingplichtige kan beroep doen op de volgende persoonsgebonden of woning- of gebouw gebonden vrijstellingsmogelijkheden. De persoonsgebonden vrijstellingen gaan, bij overdracht van he zakelijk recht, niet over op de nieuwe houder van het zakelijk recht. Een vrijstelling moet jaarlijks worden aangevraagd.


Persoonsgebonden vrijstellingen:

Van de belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen is vrijgesteld:
1° De belastingplichtige die sinds minder dan één jaar houder is van het zakelijk recht op de woning of het gebouw, voor de eerste belastingaanslag die volgt op het verkrijgen van dat zakelijk recht. Deze vrijstelling moet worden aangetoond met een attest van de notaris of de notariële akte waaruit de datum van verwerving blijkt.

2° De enige belastingplichtige die verblijft in een erkende oudervoorziening, of opgenomen is in een (psychiatrische) instelling. Het verblijf of de opname moet worden bevestigd met een gedateerd attest van de betrokken voorziening of instelling. De vrijstelling geldt voor maximaal drie aanslagjaren na de opname in de voorziening of instelling, op voorwaarde dat de belastingplichtige de laatste bewoner was van de woning.

Gebouw- of woning gebonden vrijstellingen:

Van de belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen is vrijgesteld een woning of gebouw dat:
2° Grondig wordt gerenoveerd in het jaar waarop de belasting betrekking heeft. De werken die worden uitgevoerd moeten betrekking hebben op het wegwerken van de indicaties vermeld in het opnameattest. De volgende bewijsstukken dienen voorgelegd te worden:

  • indien van toepassing een goedgekeurde stedenbouwkundige- of omgevingsvergunning (geen sloopvergunning). De vergunning mag maximum drie jaar oud zijn op datum van de volgende verjaardag;
  • een schets of plan met aanduiding van de uitgevoerde werken en de geplande werken;
  • een beschrijving van de uitgevoerde werken en geplande werken;
  • facturen van de uitgevoerde werken en offertes van geplande werken;
  • foto's van voor en na de renovatie.

Indien de werken vergunningsplichtig zijn en er een geldige stedenbouwkundige of omgevingsvergunning werd afgeleverd, kan deze vrijstelling maximaal twee keer worden verlengd. Bij niet-vergunningsplichtige werken kan de vrijstelling maximaal één keer worden verlegd. De termijnen kunnen niet gecumuleerd worden.
Indien aan alle voorwaarden wordt voldaan kan op basis van een goedgekeurde stedenbouwkundige- of omgevingsvergunning een ambtshalve vrijstelling toegekend worden.

4° Gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan, of waarvoor geen vergunning meer kan worden afgeleverd wegens een voorlopig of definitief onteigeningsplan. De vrijstelling geldt vanaf de goedkeuring van het plan en maximum zolang het onteigeningsplan loopt. Het goedgekeurd onteigeningsplan moet worden voorgelegd.

5° Vernield of beschadigd werd door een plotse ramp (brand of overstroming). De vrijstelling wordt toegekend op basis van een besluit van de burgemeester (artikel 135 van de Nieuwe Gemeentewet) en geldt maximum tot de opheffing van dit besluit. Deze vrijstelling geldt enkel als de woning of het gebouw voor de ramp niet in het leegstandsregister was opgenomen.


Artikel 8 Inning

§1. De belasting wordt ingevorderd via een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.

§2. De belasting moet worden betaald binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

 

Artikel 9 Overgangsbepaling

§1. Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en heft op en vervangt vanaf die dag het gemeentelijk reglement ter bestrijding van verwaarloosde woningen en gebouwen: registratie en belasting van 26 oktober 2020. Woningen en gebouwen die voor 1 januari 2026 zijn opgenomen in het gemeentelijk verwaarlozingsregister, blijven opgenomen met behoud van hun opnamedatum. Deze opname blijft rechtsgeldig en vormt de basis van de toepassing van dit reglement, tenzij de eigenaar aantoont dat de woning of het gebouw niet langer verwaarloost is conform de bepalingen van dit reglement.

§2. Voor de bepaling van het belastingtarief wordt verdergegaan van het laatste geheven bedrag, ongeacht of er een vrijstelling van toepassing is. De belasting wordt jaarlijks verhoogd met 1.500 euro, tot een maximum van 7.500 euro. Zodra dit bedrag is bereikt, blijft het jaarlijkse belastingbedrag 7.500 euro.

§3. Indien de houder van zakelijk recht onder een vorig reglement een vrijstelling heeft verkregen voor meerdere aanslagjaren, dient deze vanaf de inwerkingtreding van dit reglement, een nieuwe aanvraag in te dienen conform de voorwaarden en procedure zoals bepaald in artikel 12. Eerder vrijstellingen worden niet automatisch verlengd onder dit reglement.

§4. Bij vrijstellingen waarvoor een maximaal aantal verlengingen is vastgelegd, worden ook de vrijstellingen meegeteld die in het verleden zijn toegekend onder eerdere verwaarlozingsreglementen.

 

HOOFDSTUK 3 GESCHILLEN


Artikel 10 Bezwaar

§1. De indiening en de behandeling van het bezwaar gebeuren volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

§2. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn door de belastingschuldige of diens vertegenwoordiger. Het moet, op straffe van verval, worden ingediend binnen een termijn van drie maanden. De termijn van drie maanden begint te lopen als:

  • Het aanslagbiljet per post werd verstuurd, de derde werkdag na de verzenddatum;
  • Het aanslagbiljet elektronisch werd verzonden, de datum van verzending:
  • De belastingplichtige en het bestuur maken gebruik van hetzelfde informatiesysteem om berichten elektronisch uit te wisselen, de datum waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.

Het bezwaar kan via één van de volgende kanalen worden ingediend:

  • PDF-bestand per e-mail opsturen naar belastingen@kapelle-op-den-bos.be met ontvangstbewijs en ter attentie van het college van burgemeester en schepenen;
  • Post: gemeentebestuur Kapelle-op-den-Bos – college van burgemeester en schepenen, Marktplein 29, 1880 Kapelle-op-den-Bos.

 

Artikel 11 Beroep

Tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen kan beroep worden ingediend bij de rechtbank van eerste aanleg.

 

HOOFDSTUK 4 SLOTBEPALINGEN


Artikel 12 Bekendmaking

Dit besluit wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 tot en met 288 van het decreet van het lokaal bestuur van 22 december 2017.

Overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 wordt de toezichthoudende overheid op de hoogte gebracht van de bekendmaking van dit besluit.