De voorzitter opent de zitting op 26/01/2026 om 21:23.
De notulen van de gemeenteraad d.d. 15 december 2025 worden goedgekeurd.
Gelet op de notulen van de gemeenteraad d.d. 15 december 2025.
Gelet op de artikelen 32, 277 en 278 van het decreet lokaal bestuur.
Art. 1 De notulen van de gemeenteraad d.d. 15 december 2025 worden goedgekeurd.
De gemeenteraad stelt bij geheime stemming Bryan Verschueren aan als coördinator Burenbemiddeling.
In navolging van het "huishoudelijk reglement burenbemiddeling 2026-2031" moet er een coördinator worden aangesteld om de vrijwilligers/bemiddelaars aan te sturen en fungeert deze ook als contactpersoon met de provincie met betrekking tot opleidingen en cijfergegevens van de bemiddelingen.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Huishoudelijk reglement Burenbemiddeling 2026-2031 V1.0, goedgekeurd op de raad voor maatschappelijk welzijn van 15 december 2025.
De lokale werking van burenbemiddeling wordt gecoördineerd vanuit het lokaal bestuur. Hiervoor dient er één aanspreekpunt te zijn voor zowel de aanvragers als de vrijwilligers.
De coördinator staat in voor volgende taken:
- Registreren van alle aanvragen burenbemiddeling.
- Communicatie met de provincie in verband met de cijfergegevens.
- Eerste contact met de aanvrager in het kader van vraagverheldering.
- Aansturen van de vrijwilligers/burenbemiddelaars en het ondersteunen bij problemen.
- Voorzien van ruimtes bij de bemiddelingen.
- Zoeken van nieuwe vrijwilligers/burenbemiddelaars en het doorverwijzen naar de juiste opleiding.
- Deelname aan het provinciaal overleg van coördinatoren burenbemiddeling (POCB).
Het college van burgemeester en schepenen stelt voor om medewerker Bryan Verschueren aan te stellen als coördinator burenbemiddeling.
Met 21 stemmen voor, 0 stemmen tegen, 0 stemmen onthouden.
Art. 1: De gemeenteraad stelt bij geheime stemming Bryan Verschueren aan als coördinator Burenbemiddeling.
Met 21 stemmen voor, 0 stemmen tegen, 0 stemmen onthouden.
Art. 2 Een afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan de betrokkene.
Art. 3 Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de verdere uitvoering van deze beslissing.
De raad keurt de aankoop van 3 schilderijen en 1 tekening van kunstschilder Evert Larock goed, samen het het in bruikleen nemen van 1 kunstwerk van Evert Larock.
De gemeente Kapelle-op-den-Bos heeft doorheen de jaren een waardevolle collectie opgebouwd van werken van kunstschilder Evert Larock, een kunstenaar die in onze gemeente geboren en gestorven is. Rond deze collectie werden reeds diverse herinneringsactiviteiten georganiseerd, waaronder de uitgave van twee boeken, tentoonstellingen, workshops en lezingen.
Er doet zich nu een unieke gelegenheid voor om enkele schilderijen en een tekening van Larock aan te kopen en een werk in bruikleen te krijgen van een privépersoon. Deze kans biedt ons de mogelijkheid om onze bestaande collectie verder uit te breiden en het culturele erfgoed van onze gemeente te versterken.
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 40 en volgende, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad inzake het beheer van gemeentelijke eigendommen en het behoud van cultureel erfgoed.
Wetgeving inzake overheidsopdrachten, voor zover van toepassing op kunstwerken van een privé-aanbieder (vrijstelling voor unieke kunstwerken conform artikel 12 van de Wet Overheidsopdrachten).
Evert Larock is een belangrijke figuur in de lokale kunstgeschiedenis van Kapelle-op-den-Bos.
De gemeente heeft reeds een traditie opgebouwd rond het bewaren en promoten van zijn werk.
De aankoop van deze werken draagt bij tot het behoud van ons cultureel erfgoed en versterkt de aantrekkingskracht van onze gemeente voor inwoners en bezoekers.
De aangeboden werken zijn uniek en passen perfect binnen de bestaande collectie.
Het betreft een uitzonderlijke kans, aangezien dergelijke werken zelden op de markt komen.
Voorwaarde: het meerjarenplan 2026-2031 moet worden goedgekeurd.
Gunstig visum 2026/02 van Liesbeth Van Waeyenberghe van 09 januari 2026
Art. 1 De aankoop van de volgende werken van kunstschilder Evert Larock bij Vic Van Moer, Boomlaarstraat 211 bus 2, 2500 Lier, wordt goedgekeurd:
Schilderij Portret mevr. Persoons-Theys – €10.000
Schilderij Zelfportret Larock – €3.500
Schilderij Aan de arbeid – €3.000
Tekening Kerk Kapelle – €500
Totaal: €17.000
Art. 2 De in artikel 1 bedoelde uitgave zal aangerekend worden op jaarbudgetrekening B3P1A4/0739-00/2751000.
Art. 3 De raad gaat akkoord met het in bruikleen nemen van het schilderij Damesportret voor een periode van vijf jaar, ingaande op 1 februari 2026 en eindigend op 31 januari 2031.
Art. 4 Het college van burgemeester en schepenen te machtigen om het dossier m.b.t. de aankoop van de werken verder af te handelen en om namens het lokaal bestuur de bruikleenovereenkomst met de eigenaar van het schilderij Damesportret af te sluiten en alle nodige handelingen te stellen voor de uitvoering van deze overeenkomst.
Art. 5 De werken op te nemen in de gemeentelijke kunstcollectie en te voorzien van een passende registratie en conservering.
De raad keurt het reglement van de Participatieraad Kapelle-op-den-Bos 2026-2031 goed.
Bij de oprichting van de omgevingsraad en de vrijetijdsraad in 2020 werd een huishoudelijk reglement opgemaakt (algemeen en specifiek per raad). Op het einde van de vorige legislatuur werden deze reglementen geëvalueerd, zowel door de kerngroepen van deze raden als door de verbindingsambtenaren. De opmerkingen en aandachtspunten werden voorgelegd aan het huidige college van burgemeester en schepenen en werden voor definitief advies voorgelegd aan de kerngroep van de vrijetijdsraad.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 stelt dat de gemeenteraad bevoegd is voor de organisatie en de regeling van de adviesraden, dat maximaal 2/3de van de leden van hetzelfde geslacht mogen zijn bij een formele samenstelling en dat de leden van de gemeenteraad geen stemgerechtigd lid mogen zijn.
Het participatiedecreet van 18 januari 2008.
De cultuurpactwet die cruciale regels bevat voor het cultuurbeleid (cultuur, jeugd, sport) zijnde de wet van 16 juli 1973 waarbij de bescherming van de ideologische en filosofische strekkingen gewaarborgd wordt.
De sectorale decreten per beleidsdomein m.b.t. cultuur, jeugd, sport.
Binnen de nieuwe structuur worden nieuwe werkgroepen opgericht rond bv. duurzaamheid.
Omdat de term ‘vrijetijdsraad’ de lading dan niet meer dekt, wordt de vrijetijdsraad omgevormd tot participatieraad.
De kerngroep van de vrijetijdsraad gaf gunstig advies voor het nieuw reglement ‘Participatieraad’ in vergadering van 9 september 2025.
HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1 Onderwerp
Dit reglement bepaalt de structuur en organisatie van de participatieraad. Het is van toepassing op zowel wettelijk verplichte adviezen als niet-verplichte adviezen die deel uitmaken van het participatiebeleid van het lokaal bestuur.
Artikel 2 Toepassingsgebied
Met ingang van 1 februari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031, worden afspraken vastgelegd voor de werking van de participatieraad.
Artikel 3 Opdracht
De participatieraad wordt door het lokaal bestuur adviserend betrokken bij de voorbereiding van het gemeentelijk beleid. Dit betreft zowel verplichte adviezen als adviezen over thema’s en projecten binnen de domeinen:
Als adviesorgaan hebben zij geen beslissingsrecht.
De participatieraad vervult volgende rollen en taken:
Artikel 4 Doelstelling
De participatieraad streeft naar:
De adviesraad werkt volledig onafhankelijk van politieke, ideologische, filosofische en/of godsdienstige bindingen.
De participatieraad heeft als opdracht een positief klimaat van overleg en uitwisseling tot stand te brengen tussen:
Om dit te realiseren, kan de raad thematische participatie organiseren, zoals:
HOOFDSTUK 2 STRUCTUUR
De participatieraad bestaat uit:
Artikel 5 Kerngroep
Samenstelling:
Voorwaarden voor stemgerechtigde leden:
Niet-stemgerechtigde leden:
Bevoegdheden van de kerngroep:
Mandaat en benoeming:
Einde mandaat:
Organisatie:
Artikel 6 Werkgroepen
Doel en samenstelling:
Bevoegdheden:
Werkgroepen zijn verantwoordelijk voor:
Werking:
Oprichting en beëindiging:
Specifieke bepaling voor Jeugdraad:
Artikel 7 Open Forum
Het open forum is een moment van open burgerparticipatie. Iedereen kan deelnemen, zowel via een open uitnodiging als via gerichte uitnodigingen.
Frequentie:
Doel en inhoud:
Organisatie:
Transparantie:
HOOFDSTUK 3 ORGANISATIE
Artikel 8 Frequentie van vergaderingen
De kerngroep van de participatieraad vergadert minstens twee keer per jaar.
Vergaderingen worden samengeroepen door de voorzitter, eventueel op vraag van:
Uitnodiging:
Bij hoogdringendheid:
Artikel 9 Agenda
De oproeping bevat:
De agenda wordt opgesteld door de voorzitter en de verbindingspersoon.
Elk lid kan tot 5 dagen voor de vergadering bijkomende punten indienen bij de voorzitter en de secretaris.
Hoogdringende punten kunnen bij het begin van de vergadering worden toegevoegd, mits goedkeuring door de stemgerechtigde leden.
Artikel 10 Verslagen
Opmaak:
Procedure:
Jaarverslag:
Artikel 11 Verloop van vergaderingen
De voorzitter heeft steeds de bevoegdheid om tucht en orde te handhaven, en, in het kader daarvan, aanwezigen te verzoeken de vergadering te verlaten.
HOOFDSTUK 4 STEM- EN ADVIESPROCEDURE
Artikel 12 Stemprocedure
Besluitvorming:
Stemrecht:
Artikel 13 Adviesprocedure
Adviesvraag vanuit het lokaal bestuur:
Bezorging van adviezen aan het lokaal bestuur: de voorzitter bezorgt elk advies schriftelijk of digitaal via de verbindingspersoon. Elk advies bevat:
Advies op eigen initiatief:
Ondersteuning bij adviesformulering:
Terugkoppeling:
HOOFDSTUK 5 MIDDELEN EN BEGELEIDING VOOR DE PARTICIPATIERAAD
Artikel 14 Ondersteuning en middelen
De participatieraad krijgt middelen ter beschikking voor de vervulling van de adviesopdracht en voor hun werking.
Verbindingspersoon:
Het lokaal bestuur duidt een verbindingspersoon aan die de participatieraad en werkgroepen ondersteunt.
Vrijwilligersverzekering:
Werkingsmiddelen:
Infrastructuur:
HOOFSTUK 6 SLOTBEPALINGEN
Artikel 15 Bekendmaking
Dit besluit wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 tot en met 288 van het decreet van het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 wordt de toezichthoudende overheid op de hoogte gebracht van de bekendmaking van dit besluit.
De gemeenteraad keurt de verlening van de toetreding tot de Erfgoedstichting Vlaams-Brabant 2026 – 2031 goed.
Oprichting erfgoedstichting ter ondersteuning van lokale besturen betreffende het beheer van onroerend erfgoed.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
De Erfgoedstichting Vlaams-Brabant verwerft, herwaardeert, voorziet in restauratie en herbestemming van bouwkundig erfgoed, samen met het lokaal bestuur.
Daar waar de Erfgoedstichting Vlaams-Brabant onroerend erfgoed verwerft, het lokaal bestuur - onder coördinatie van de Erfgoedstichting - in goed (financieel) rentmeesterschap verder instaat voor het beheer, inrichting, onderhoud en resterende restauratiekost van het goed.
De Erfgoedstichting faciliteert het herbestemmingsdossier, restauratiedossier en de mogelijke subsidiedossiers. Bovendien kan -conform het onroerend erfgoedbesluit- aan sites in beheer van een erfgoedstichting een bijkomende verhoogde erfgoedpremie van 10 % van de aanvaarde kostenraming worden toegekend.
Het Lokaal Bestuur is een prioritaire partner.
Het onroerend erfgoed wordt ontsloten ten dienste van de gemeenschap.
Het lokaal bestuur stemt in met een jaarlijkse solidariteitsbijdrage vanaf 2026 aan ERF van 0,20 euro per inwoner op basis van zijn inwonersaantal van 1.1.2025 voor de periode 2026-2031, namelijk 1961 euro.
Overwegende dat het Lokaal Bestuur, indien er in samenspraak op zijn grondgebied een aankoopakte wordt verleden door Erfgoedstichting Vlaams-Brabant, 30 % van de totale aankoopkost zal dragen;
Art 1. De convenant, zoals gevoegd in bijlage, houdende de toetreding tot de Erfgoedstichting Vlaams-Brabant wordt goedgekeurd.
Art 2. De convenant wordt afgesloten voor een periode van 6 jaar zijnde van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.
Art 3. De gemeenteraadsvoorzitter en de algemeen directeur te machtigen deze convenant te ondertekenen.
Art 4. Een afschrift van dit besluit en het ondertekend toetredingsformulier, zal bezorgd worden aan Erfgoedstichting Vlaams-Brabant, Provincieplein 1 te 3010 Leuven.
De raad neemt kennis van het schrijven van het Agentschap Binnenlands Bestuur betreffende de aanpassing meerjarenplan 2020-2025 nr. 6 van de gemeente en het OCMW.
Brief Agentschap Binnenlands Bestuur betreffende de aanpassing meerjarenplan 2020-2025 nr. 6 van de gemeente en het OCMW.
De gouverneur heeft de aanpassing meerjarenplan 2020-2025 nr. 6 van de gemeente en het OCMW goedgekeurd.
Er zijn enkele technische opmerkingen waarmee rekening zal gehouden worden in de volgende beleidsrapporten.
De raad neemt kennis van het schrijven van het Agentschap Binnenlands Bestuur betreffende de aanpassing meerjarenplan 2020-2025 nr. 6 van de gemeente en het OCMW.
Retributie voor de buitenschoolse kinderopvang 't Klawieterke.
Artikel 173 van de Grondwet;
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivatie van bestuurshandelingen; Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikelen 40, §3, 41, 279, 286 t.e.m. 288 en 326 e.v.;
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;
De beslissing van de gemeenteraad dd. 18 juni 2001 houdende principebeslissing van de oprichting van een gemeentelijke buitenschoolse kinderopvangdienst;
Een retributie heeft volgende kenmerken:
In laatste instantie komt het aan de rechter toe om te oordelen of de geviseerde materie het voorwerp kan uitmaken van een retributie, dan wel van een belasting.
Naast de kostprijs kunnen eventueel ook beleidsondersteunende factoren in aanmerking worden genomen bij de bepaling van het tarief.
Er dient minimaal bepaald te worden wie de retributie verschuldigd is (voor zover dat niet als vanzelfsprekend volgt uit de aard van de retributie) en welke vrijstellingen en verminderingen eventueel worden toegekend.
Voor de opvang van kinderen voor- en naschool, dient de gemeente personeel aan te werven en een gebouw ter beschikking te stellen. Het bestuur wil een deel van deze kosten verhalen op de burger als vergoeding voor de opvang van zijn/haar kinderen.
HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1 Toepassingsgebied
Met ingang vanaf 30 maart 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt, voor opvangdagen vanaf 1 juli 2026, een retributie gevestigd op het gebruik van de buitenschoolse kinderopvangfaciliteiten, ingericht door het lokaal bestuur Kapelle-op-den-Bos in 't Klawieterke .
Artikel 2 Definities
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
1° Vakantiedagen: officieel bepaalde schoolvakanties: Herfstvakantie (1 week), Kerstvakantie (2 weken), Krokusvakantie (1 week), Paasvakantie (2 weken), Zomervakantie (van 1 juli tot en met 31 augustus)
2° Schoolvrije dagen : erkende feestdagen of extra vakantiedagen en vrije lesdagen die scholen zelf mogen kiezen bv. pedagogische studiedagen. Deze extra vakantiedagen legt elke school op het einde van het voorafgaande schooljaar vast.
Artikel 3 Modaliteiten
Alle modaliteiten met betrekking tot het gebruik van de buitenschoolse kinderopvangfaciliteiten, ingericht door het lokaal bestuur Kapelle-op-den-Bos worden beschreven in het huishoudelijk reglement van de gemeentelijke buitenschoolse kinderopvang en vakantiewerking van het lokaal bestuur Kapelle-op-den-Bos.
HOOFDSTUK 2 RETRIBUTIE
Artikel 4 Retributieplichtige
De retributie is verschuldigd door de burgerlijk verantwoordelijke persoon die beroep doet op de diensten van het lokaal bestuur Kapelle-op-den-Bos voor buitenschoolse kinderopvang en vakantiewerking.
Artikel 5 Bedrag
De retributie wordt als volgt vastgesteld:
| Omschrijving |
Retributie |
| Voor- en naschoolse opvang |
|
| Verblijf (per half uur) (1) |
1,15 EUR |
| Woensdagnamiddag (2) |
|
| Verblijf (per half uur) (1) |
1,15 EUR |
| Verblijf minder 3u |
4,75 EUR |
| Verblijf tussen 3 en 6 uur |
7,14 EUR |
| Verblijf meer dan 6 uur |
14,16 EUR |
| Schoolvrije dag |
|
| Verblijf halve dag (van 3 tot 6 uur) |
7,14 EUR |
| Verblijf hele dag (vanaf 6 uur) |
14,16 EUR |
| Vakantiedag |
|
| Verblijf halve dag (van 3 tot 6 uur) |
7,14 EUR |
| Verblijf dag (van 3 tot 6 uur) |
14,16 EUR |
| Extra kosten |
|
| Laattijdig ophalen |
5,00 EUR |
| Uitstap (3) |
deelnameprijs |
| Waarborg toegangsbadge (4) |
20,00 EUR |
Elke 1e januari worden de bedragen van de retributie automatisch herzien op basis van de schommeling van de gezondheidsindex volgens de formule:
nieuw tarief = (basistarief x nieuwe index) /basisindex
Het basistarief = tarief zoals vermeld in voorgaand artikel
De basisindex = de gezondheidsindex (basisjaar 2013) van toepassing voor de maand november 2025.
De nieuwe index = de gezondheidsindex (basisjaar 2013) van toepassing voor de maand november van het jaar dat voorafgaat aan de herzieningen.
Het nieuw tarief wordt steeds afgerond op 2 decimalen volgens de rekenkundige afronding (kleiner dan 5 afronding naar beneden, groter of gelijk aan 5, afronding naar boven)
Artikel 7 Vrijstellingen / Verminderingen
7.1 Gelijktijdigheidskorting
Bij opvang van meerdere kinderen uit hetzelfde gezin voor dezelfde verblijfsduur, wordt een vermindering toegepast op de totale retributieprijs per kind van 25%.
7.2 Sociaal tarief
Het college van burgemeester en schepenen bepaalt de hoogte van het sociaal tarief, op advies van het bijzonder comité sociale dienst.
7.3 Annulatie
De retributieprijs wordt enkel in mindering gebracht voor schoolvrije dagen en schoolvakanties, mits voorlegging van:
Artikel 8 Inning
8.1 Voor- en naschoolse opvang, woensdagnamiddag, schoolvrije dagen en extra kosten
Het bedrag van de retributie dient contant betaald te worden door overschrijving op een rekeningnummer van het gemeentebestuur, na ontvangst van een factuur.
Teruggave van waarborg kan enkel na inlevering van werkende toegangsbadge(s) en slechts in de mate waarin ze oorspronkelijk in rekening werd gebracht.
Bij gebrek aan betaling wordt het volledig verschuldigde bedrag ingevorderd via dwangbevel overeenkomstig artikel 177, tweede lid van het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017, of in voorkomend geval langs gerechtelijke weg.
8.3 Vakantiedagen
Het bedrag van de retributie dient contant betaald te worden via het betaalplatform, bij inschrijving.
Na betaling van het volledige inschrijvingsgeld, is de inschrijving definitief.
Bij gebrek aan betaling worden er geen diensten voor vakantiewerking verstrekt door het lokaal bestuur Kapelle-op-den-Bos.
Artikel 9 Betwisting
Alle betwistingen omtrent de toepassing van dit reglement worden afgehandeld conform het huishoudelijk reglement voor betwistingen van retributies.
HOOFDSTUK 3 SLOTBEPALINGEN
Artikel 10 Bekendmaking
Dit besluit wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 tot en met 288 van het decreet van het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 wordt de toezichthoudende overheid op de hoogte gebracht van de bekendmaking van dit besluit.
Intrekking van de beslissing van de gemeenteraad van 15 december 2025 houdende de vaststelling van het meerjarenplan 2026-2031 van de gemeente Kapelle-op-den-Bos - Goedkeuring.
Communicatie van het toezicht met betrekking tot de meerjarenplanning 2026-2031 goedgekeurd in de gemeenteraad van 15 december 2025.
De gemeenteraad heeft op 15 december 2025 het meerjarenplan 2026–2031 vastgesteld. Deze beslissing werd vervolgens voorgelegd aan het toezichthoudend bestuur, conform de bepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur.
Het toezicht heeft een eerste controle uitgevoerd op het ingediende meerjarenplan.
Tijdens deze controle heeft het toezichthoudend bestuur vastgesteld dat er een materiële vergissing is opgenomen in het meerjarenplan, met name:
Deze fout heeft gevolgen voor de financiële projecties en de interne consistentie van het meerjarenplan.
De gemeenteraad beslist de oorspronkelijke beslissing van 15 december 2025 in te trekken om de volgende redenen:
Noodzaak tot correctie van een materiële fout
Het gebruik van het foutieve gecumuleerde budgettaire resultaat voor 2026 leidt tot een onjuiste weergave van de financiële positie van het lokaal bestuur en beïnvloedt de verdere financiële planning.
Waarborging van de financiële betrouwbaarheid
Het meerjarenplan moet een getrouwe en correcte weerspiegeling geven van de financiële situatie, zoals vereist door het Decreet Lokaal Bestuur en de BBC-regelgeving.
Verplichting tot het verwerken van opmerkingen van het toezicht
Het toezicht heeft duidelijk aangegeven dat de vermelde fout dient te worden rechtgezet. Om tegemoet te komen aan deze verplichting en om een rechtmatig besluit te kunnen voorleggen, is een intrekking en vervanging noodzakelijk.
Voorkomen van verdere procedurele gevolgen
Door de beslissing tijdig in te trekken en een gecorrigeerd meerjarenplan opnieuw ter goedkeuring voor te leggen, voorkomt het lokaal bestuur dat een formele vernietigingsprocedure wordt ingezet.
Op basis van bovenstaande elementen is het nodig en verantwoord om de beslissing van de gemeenteraad van 15 december 2025 betreffende het vaststellen van het meerjarenplan 2026–2031 in te trekken.
Een aangepast en gecorrigeerd meerjarenplan zal opnieuw worden voorgelegd ter bespreking en goedkeuring door de gemeenteraad, waarna het conform de regelgeving opnieuw aan het toezichthoudend bestuur zal worden bezorgd.
Artikel 1. Intrekking van de beslissing van de gemeenteraad van 15 december 2025 houdende de vaststelling van het meerjarenplan 2026-2031 van de gemeente Kapelle-op-den-Bos.
Intrekking van de beslissing van de gemeenteraad van 15 december 2025 houdende de goedkeuring van het meerjarenplan 2026-2031 van het OCMW Kapelle-op-den-Bos en het totaal - Goedkeuring
Communicatie van het toezicht met betrekking tot de meerjarenplanning 2026-2031 goedgekeurd in de gemeenteraad van 15 december 2025.
De gemeenteraad heeft op 15 december 2025 het meerjarenplan 2026–2031 vastgesteld. Deze beslissing werd vervolgens voorgelegd aan het toezichthoudend bestuur, conform de bepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur.
Het toezicht heeft een eerste controle uitgevoerd op het ingediende meerjarenplan.
Tijdens deze controle heeft het toezichthoudend bestuur vastgesteld dat er een materiële vergissing is opgenomen in het meerjarenplan, met name:
Deze fout heeft gevolgen voor de financiële projecties en de interne consistentie van het meerjarenplan.
De gemeenteraad beslist de oorspronkelijke beslissing van 15 december 2025 in te trekken om de volgende redenen:
Noodzaak tot correctie van een materiële fout
Het gebruik van het foutieve gecumuleerde budgettaire resultaat voor 2026 leidt tot een onjuiste weergave van de financiële positie van het lokaal bestuur en beïnvloedt de verdere financiële planning.
Waarborging van de financiële betrouwbaarheid
Het meerjarenplan moet een getrouwe en correcte weerspiegeling geven van de financiële situatie, zoals vereist door het Decreet Lokaal Bestuur en de BBC-regelgeving.
Verplichting tot het verwerken van opmerkingen van het toezicht
Het toezicht heeft duidelijk aangegeven dat de vermelde fout dient te worden rechtgezet. Om tegemoet te komen aan deze verplichting en om een rechtmatig besluit te kunnen voorleggen, is een intrekking en vervanging noodzakelijk.
Voorkomen van verdere procedurele gevolgen
Door de beslissing tijdig in te trekken en een gecorrigeerd meerjarenplan opnieuw ter goedkeuring voor te leggen, voorkomt het lokaal bestuur dat een formele vernietigingsprocedure wordt ingezet.
Op basis van bovenstaande elementen is het nodig en verantwoord om de beslissing van de gemeenteraad van 15 december 2025 betreffende het vaststellen van het meerjarenplan 2026–2031 in te trekken.
Een aangepast en gecorrigeerd meerjarenplan zal opnieuw worden voorgelegd ter bespreking en goedkeuring door de gemeenteraad, waarna het conform de regelgeving opnieuw aan het toezichthoudend bestuur zal worden bezorgd.
Artikel 1. Intrekking van de beslissing van de gemeenteraad van 15 december 2025 houdende de goedkeuring van het meerjarenplan 2026-2031 van het OCMW Kapelle-op-den-Bos en het totaal
De raad keurt de vaststelling van de meerjarenplanning 2026-2031 - deel gemeente - goed.
De gemeenteraad stelt het deel van het meerjarenplan 2026-2031 van de gemeente vast.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen;
Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen (gecoördineerde versie na wijzingen BVR 14/07/2023) (Vlaamse Codex);
Besluit van de Vlaamse regering van 14 juli 2023 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen en latere wijzigingen;
Ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningen-stelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale [en de provinciale (ing. MB 12 september 2018, art. 1, I: 1 januari 2020)] besturen en latere wijzigingen;
Ministerieel besluit van 08/12/2023: wijziging MB 26/06/2018 over BBC;
Omzendbrief KBBJ/ABB 2025/1 - 18/07/2025: meerjarenplannen 2026-2031.
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur reikt oplossingen aan om een echt geïntegreerd lokaal sociaal beleid mogelijk te maken, met respect voor de verschillende rechtspersonen, die erbij betrokken zijn. Daaruit volgt dat de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn (OCMW) een gezamenlijk meerjarenplan opstellen, dat door beide raden wordt vastgesteld.
Beide rechtspersonen hebben samen één doelstellingenboom, waarbij de doelstellingen van het OCMW en die van de gemeente vervlochten zijn. Omdat de gemeente en het OCMW een geïntegreerd meerjarenplan maken, wordt het financiële evenwicht voor die twee besturen als één geheel gepresenteerd en beoordeeld.
Omdat elke rechtspersoon voor de eigen verplichtingen en verbintenissen blijft instaan, blijft in het meerjarenplan een duidelijk onderscheid bestaan tussen de kredieten van de gemeente en die van het OCMW. Dat komt tot uiting in het schema met het overzicht van de kredieten (schema M3), waarin de kredieten voor de gemeente en het OCMW apart worden opgenomen.
De ramingen, die het bestuur voor het boekjaar 2026 in het meerjarenplan 2026-2031 inschrijft voor de exploitatie, de investeringen en de financiering, omvatten ook de kredieten voor dat jaar. In het meerjarenplan van de gemeente en het OCMW worden afzonderlijke kredieten per rechtspersoon ingeschreven. De gemeente en het OCMW blijven immers twee afzonderlijke budgettaire entiteiten. De kredieten worden duidelijk toegewezen aan elke rechtspersoon afzonderlijk, ook al wordt het beleid van beide als één geheel voorgesteld. De vaststelling van het meerjarenplan behoort tot de voorbehouden bevoegdheden van de raad.
De gemeenten en de OCMW’s hebben een geïntegreerd meerjarenplan, maar hebben hun eigen bevoegdheden voor de vaststelling ervan. Zowel de gemeenteraad als de raad voor maatschappelijk welzijn moet eerst zijn eigen deel van het meerjarenplan vaststellen. Daarna kan de gemeenteraad het deel van het meerjarenplan dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld, goedkeuren, waardoor het meerjarenplan definitief is vastgesteld.
De goedkeuring van de gemeenteraad is nodig omdat de gemeente de financiële gevolgen moet dragen van de keuzes die de raad voor maatschappelijk welzijn maakt.
Die besluitvorming kan het best als volgt verlopen:
• de raad voor maatschappelijk welzijn stelt eerst zijn deel van het meerjarenplan vast;
• de gemeenteraad stelt vervolgens zijn deel van het meerjarenplan vast;
• de gemeenteraad keurt ten slotte het deel goed dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld.
Het ontwerp van meerjarenplan voor het deel gemeente bevat volgende documenten:
• Strategische nota
• Financiële nota
• Toelichting
Art. 1 Het meerjarenplan 2026-2031 deel gemeente: boekjaar 2026 bestaande uit de strategische nota, het financieel doelstellingenplan (M1), de staat van het financieel evenwicht (M2) en het overzicht van de kredieten (M3) wordt vastgesteld.
Art. 2 Het budgettair resultaat van het boekjaar van de gemeente in 2026 bedraagt: 542.227 euro.
Het gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaar van de gemeente in 2026 bedraagt: 3.853.676 euro en het gecumuleerd budgettair resultaat 2026 bedraagt: 4.395.903 euro.
Het beschikbaar budgettair resultaat van de gemeente in 2026 bedraagt 4.395.903 euro
Er zijn geen onbeschikbare gelden.
De autofinancieringsmarge boekjaar van de gemeente in 2026 bedraagt: 1.781.087 euro en de gecorrigeerde autofinancieringsmarge bedraagt in 2026: 1.336.433 euro.
Art. 3 De kredieten van de gemeente voor het boekjaar 2026 (M3) worden vastgesteld.
| Soort krediet |
Totaal bedrag voor 2026 |
| Totaal exploitatie-uitgaven |
15.677.665 |
| Totaal exploitatie-ontvangsten |
18.436.385 |
| Totaal investerings-uitgaven |
4.619.101 |
| Totaal investerings-ontvangsten |
3.235.882 |
| Totaal financierings-uitgaven |
1.053.574 |
| Totaal financierings-ontvangsten |
220.300 |
De raad keurt de meerjarenplanning 2026-2031 - deel OCMW en totaal - goed.
De gemeenteraad keurt het deel van het meerjarenplan 2026-2031 van het OCMW goed en keurt het volledige meerjarenplan 2026-2031 goed.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen;
Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen (gecoördineerde versie na wijzingen BVR 14/07/2023) (Vlaamse Codex);
Besluit van de Vlaamse regering van 14 juli 2023 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen en latere wijzigingen;
Ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningen-stelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale [en de provinciale (ing. MB 12 september 2018, art. 1, I: 1 januari 2020)] besturen en latere wijzigingen;
Ministerieel besluit van 08/12/2023: wijziging MB 26/06/2018 over BBC;
Omzendbrief KBBJ/ABB 2025/1 - 18/07/2025: meerjarenplannen 2026-2031.
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur reikt oplossingen aan om een echt geïntegreerd lokaal sociaal beleid mogelijk te maken, met respect voor de verschillende rechtspersonen, die erbij betrokken zijn. Daaruit volgt dat de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn (OCMW) een gezamenlijk meerjarenplan opstellen, dat door beide raden wordt vastgesteld.
Op die manier kan een geïntegreerd lokaal sociaal beleid maximaal worden gerealiseerd: beide rechtspersonen hebben samen één doelstellingenboom, waarbij de doelstellingen van het OCMW en die van de gemeente vervlochten zijn. Omdat de gemeente en het OCMW een geïntegreerd meerjarenplan maken, wordt het financiële evenwicht voor die twee besturen als één geheel gepresenteerd en beoordeeld.
Omdat elke rechtspersoon voor de eigen verplichtingen en verbintenissen blijft instaan, blijft in het meerjarenplan een duidelijk onderscheid bestaan tussen de kredieten van de gemeente en die van het OCMW. Dat komt tot uiting in het schema met het overzicht van de kredieten (schema M3), waarin de kredieten voor de gemeente en het OCMW apart worden opgenomen.
De ramingen, die het bestuur voor het boekjaar 2026 in het meerjarenplan 2026-2031 inschrijft voor de exploitatie, de investeringen en de financiering, omvatten ook de kredieten voor dat jaar. In het meerjarenplan van de gemeente en het OCMW worden afzonderlijke kredieten per rechtspersoon ingeschreven. De gemeente en het OCMW blijven immers twee afzonderlijke budgettaire entiteiten. De kredieten worden duidelijk toegewezen aan elke rechtspersoon afzonderlijk, ook al wordt het beleid van beide als één geheel voorgesteld.
De vaststelling van het meerjarenplan behoort tot de voorbehouden bevoegdheden van de raad.
De gemeenten en de OCMW’s hebben een geïntegreerd meerjarenplan, maar hebben hun eigen bevoegdheden voor de vaststelling ervan. Zowel de gemeenteraad als de raad voor maatschappelijk welzijn moet eerst zijn eigen deel van het meerjarenplan vaststellen. Daarna kan de gemeenteraad het deel van het meerjarenplan dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld, goedkeuren, waardoor het meerjarenplan definitief is vastgesteld.
De goedkeuring van de gemeenteraad is nodig omdat de gemeente de financiële gevolgen moet dragen van de keuzes die de raad voor maatschappelijk welzijn maakt.
Het ontwerp van meerjarenplan bevat volgende documenten:
Art. 1 De gemeenteraad keurt het deel van het meerjarenplan 2026-2031 van het OCMW goed: bestaande uit de strategische nota, het financieel doelstellingenplan (M1), de staat van het financieel evenwicht, gecorrigeerde versie (M2) en het overzicht van de kredieten (M3).
Art. 2 Het budgettair resultaat van het boekjaar van het OCMW in 2026 bedraagt: -854.140 euro.
Het gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaar van het OCMW in 2026 bedraagt: -1.326.846 euro en het gecumuleerd budgettair resultaat 2026 bedraagt: -2.171.986 euro.
Het beschikbaar budgettair resultaat van het OCMW in 2026 bedraagt -2.171.986 euro.
De onbeschikbare gelden bedragen 1.415 euro.
De autofinancieringsmarge boekjaar van het OCMW in 2026 bedraagt: -1.095.140 euro en de gecorrigeerde autofinancieringsmarge bedraagt in 2026: -1.095.140 euro.
Art. 3 De kredieten van het OCMW voor het boekjaar 2026 (M3) worden vastgesteld.
| Soort krediet |
Totaal bedrag voor 2026 |
| Totaal exploitatie-uitgaven |
2.121.730 |
| Totaal exploitatie-ontvangsten |
1.026.590 |
| Totaal investerings-uitgaven |
0 |
| Totaal investerings-ontvangsten |
250.000 |
| Totaal financierings-uitgaven |
0 |
| Totaal financierings-ontvangsten |
0 |
Art. 4 De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026-2031 goed: bestaande uit de strategische nota, de financiële nota en de toelichting.
Het budgettair resultaat van het boekjaar in 2026 bedraagt: -302.913 euro.
Het gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaar in 2026 bedraagt: 2.526.830 euro en het geconsolideerd gecumuleerd budgettair resultaat 2026 bedraagt: 2.223.917 euro.
Er zijn voor 1.415 euro aan onbeschikbare gelden ingeschreven.
Het geconsolideerd beschikbaar budgettair resultaat in 2026 bedraagt: 2.222.502 euro.
De geconsolideerde autofinancieringsmarge boekjaar in 2026 bedraagt: 685.947 euro en de geconsolideerde gecorrigeerde autofinancieringsmarge in 2026 bedraagt: 241.293 euro.
De gemeenteraad beslist dat het huishoudelijk reglement gemeentelijke buitenschoolse kinderopvang en vakantiewerking Kapelle-op-den-Bos goedgekeurd wordt.
Het huishoudelijk reglement voor de buitenschoolse kinderopvang en de vakantiewerking dient geactualiseerd te worden om aan te sluiten bij gewijzigde regelgeving en de huidige werking.
Gelet op art. 41 ev. van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.
De beslissing van de gemeenteraad dd. 18 juni 2001 houdende principebeslissing van de oprichting van een gemeentelijke buitenschoolse kinderopvangdienst;
De beslissing dd. 17 februari 2003 houdende oprichting van een gemeentelijke buitenschoolse kinderopvangdienst.
De beslissing dd. 17 februari 2003 houdende vaststelling van de perioden waarin bedoelde buitenschoolse kinderopvangdienst georganiseerd wordt.
Gelet op de beslissing van de gemeenteraad dd. 21 oktober 2019 houdende de goedkeuring van het huishoudelijk reglement van de kinderopvang wordt aangepast.
Het bestaande reglement is verouderd en dient, in functie van de nieuwe beleidsperiode, vernieuwd te worden. De organisatie van de buitenschoolse kinderopvang en de vakantiewerking werd de afgelopen jaren verder afgestemd op recente regelgeving en hedendaagse ontwikkelingen. Daarnaast evolueren zowel maatschappelijke noden als organisatorische afspraken, wat een herziening van het reglement wenselijk maakt. Ook de introductie van het digitale systeem i-Active voor administratie en opvolging vraagt om een duidelijke verankering in het reglement. Een geactualiseerde versie zorgt ervoor dat alle recente aanpassingen en werkwijzen correct en transparant worden vastgelegd.
Art.1 De gemeenteraad beslist dat het huishoudelijk reglement gemeentelijke buitenschoolse kinderopvang en vakantiewerking Kapelle-op-den-Bos, dat als bijlage bij deze beslissing gaat en integraal deel van uitmaakt wordt goedgekeurd met ingang van 30 maart 2026.
De gemeenteraad keurt de nominatieve subsidie goed voor de vrije scholen en erkende jeugdverenigingen ten behoeve van betalende fracties op het recyclagepark.
Het lokaal bestuur wenst de erkende jeugdverenigingen en vrije scholen te ondersteunen bij de kosten verbonden aan betalende fracties op het containerpark.
Regularisatie van de huidige toestand omtrent het toekennen van een nominatieve subsidie aan vrije scholen en erkende jeugdverenigingen voor de betalende afvalfracties in het recyclagepark.
De bepalingen vervat in de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen.
Het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en voornamelijk artikelen 2, 40, 41 en 56.
De relevante bepalingen vervat in de wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en de aanwending van sommige toelagen.
Retributiereglement voor producten en diensten voor inzameling afval en gebruik recyclagepark 2026-2031 v1.0, goedgekeurd dd. 15/12/2025
De vrije scholen en erkende jeugdverenigingen krijgen jaarlijks een tegoed op hun toegangsbadge voor de betalende afvalfracties in het recyclagepark.
In afwachting van de evaluatie van de bestaande subsidiereglementen, stelt het college van burgemeester en schepenen voor om het gratis gebruik van het recyclagepark te beperken voor vrije scholen en erkende jeugdverenigingen. De bestaande situatie wordt geregulariseerd door het toekennen van een nominatieve subsidie door middel van het jaarlijks opladen van de speciale toegangsbadge waarmee maximum 1000 kg betalende afvalfractie per kalenderjaar kan afgeleverd worden op het recyclagepark. Eénmaal dit gewicht wordt overschreden zal dezelfde prijs worden aangerekend als voor particulieren, zijnde 0,20 euro/kg (prijsaanpassing vanaf 1/1/2026). Saldi worden niet overgedragen naar een volgend kalenderjaar.
Het jaarlijks bedrag wordt gelimiteerd tot 1000kg x prijs/kg zoals vastgelegd in het retributiereglement dd. 15/12/2025 en dit per kalenderjaar per school/vereniging. Het lokaal bestuur kan de uitgaven per begunstigde opvolgen. De niet-opgebruikte kredieten worden op het einde van het kalenderjaar teruggevorderd door het lokaal bestuur. Uitgaven die niet via de speciale toegangsbadge zijn betaald, worden niet gecorrigeerd.
Indien er reeds uitgaven gebeurd zijn in 2026, zullen deze verrekend worden in de toegekende subsidie van 200 euro voor 2026.
Aangezien dit een nominatieve subsidie betreft en deze niet voorzien is in de lijst van gedelegeerde nominatieve subsidies , komt het aan de gemeenteraad toe om de subsidie toe te kennen.
Het budget wordt voorzien op budgetpost ROMG/0309-00/6497000
Art. 1 De gemeenteraad kent een nominatieve subsidie voor 2026 ten belope van een bedrag van 200 EUR toe aan :
- Chiro Ramsdonk
- Scouts Nieuwenrode
- Chirojongens Kapelle-op-den-Bos
- Chiromeisjes Kapelle-op-den-Bos
- Kobos - Campus V
- Kobos - Campus M
- Kobos - Campus Karamba
- Kobos - Campus De Pepel
- Kobos - Campus De Kiem
Art. 2 De in artikel 1 bedoelde toelage zal uitsluitend aangewend worden (cfr. artikel 3 van de wet van14 november 1983) voor het jaarlijks opladen van de speciale toegangsbadge waarmee maximum 1000 kg betalende afvalfractie per kalenderjaar kan afgeleverd worden op het recyclagepark.
Niet-opgebruikte kredieten worden op het einde van het kalenderjaar teruggevorderd door het lokaal bestuur.
Art. 3 De nodige kredieten zijn voorzien op het budgetpost ROMG/0309/00/649700.
Art. 4 Afschrift van onderhavige beslissing zal worden overgemaakt aan de begunstigden en aan de financieel directeur.
De raad keurt de capaciteitsbepaling van de gemeentelijke kleuter- en basisschool Gebaska en de tijdslijn voor de aanmeldingsprocedure voor het schooljaar 2026-2027 goed.
Sinds het inschrijvingsdecreet van 25 november 2011 zijn schoolbesturen verplicht de maximumcapaciteit van hun scholen te bepalen.
Verschillende schoolbesturen die samen een aanmeldingsprocedure in het gewoon basisonderwijs willen hanteren, zijn er ook aan gehouden afspraken te maken over de aanmeldings- en/of inschrijvings- en voorrangsperiodes en voor de dubbele contigentering voor indicator- en niet-indicatorleerlingen.
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en de latere wijzigingen;
Het decreet van 25 november 2011 betreffende het inschrijvingsrecht;
Het decreet van 30 mei 2012 houdende technische en praktische aanpassingen aan het decreet van 25 november 2011 betreffende het inschrijvingsrecht;
Het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, de artikelen 3, 15, 18 21, 22, 25, 26, 27, 28, 29, 32, 37, hoofdstuk IV afdeling 3 Recht op inschrijving, de artikelen 37bis - 37 duodevicies en afdeling 4 Aanmeldingsprocedures, de artikelen 37undevicies - artikel 37vicies septies;
De omzendbrief BaO/2012/01 Inschrijvingsrecht en aanmeldingsprocedures in het basisonderwijs;
De beslissing van de gemeenteraad van 5 mei 2021 houdende flankerend onderwijsbeleid - goedkeuring aanmeldingssysteem voor de Kapelse kleuter- en basisscholen.
Elk schoolbestuur moet de capaciteit voor elke school, onderwijsniveau en vestigingsplaats bepalen. De capaciteit van de school, het niveau en de vestigingsplaats worden maximaal vastgelegd voor zover de veiligheid van de kinderen niet in het gedrang komt en houdt rekening met de materiële omstandigheden evenals pedagogisch didactische overwegingen. Het schoolbestuur kan ondanks het bereiken van de capaciteit toch bepaalde leerlingen inschrijven conform het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 art. 37 §5.
Globaal genomen is de capaciteit van het Kapels kleuter- en basisonderwijs ruim genoeg. De gemeentelijke kleuter- en basisscholen Gebaska voorzien in De Kei en in 't Kiezeltje 25 leerlingen per leerjaar. De gemeentelijke kleuter- en basisschool 't Mulderke voorzag tot nu toe 20 leerlingen per klas.
Voor wat 't Mulderke betreft heeft de realiteit ons een stuk ingehaald. Door een stijging van de instroom is het nodig om de capaciteit te differentiëren naar wat in de praktijk haalbaar en wenselijk is om kwaliteitsvol en pedagogisch sterk onderbouwd onderwijs te kunnen aanbieden in deze vestiging.
Door de uitbreiding van de school met de bouw van één extra kleuterklas kan de capaciteit behouden blijven voor het kleuteronderwijs, namelijk 20 leerlingen/klas.
Voor de lagere school is echter wel een aanpassing nodig naar 20 leerlingen voor het eerste en tweede leerjaar, en 12 leerlingen voor het derde tot het zesde leerjaar.
Het overleg van de schoolbesturen en schooldirecties van de Kapelse kleuter- en basisscholen en het lokaal bestuur legden de tijdslijn voor de aanmeldingsprocedure vast, rekening houdend met de bepalingen van de Vlaamse Overheid:
Art. 1 De capaciteitsbepaling voor de gemeentelijke kleuter- en basisscholen Gebaska voor De Kei en 't Kiezeltje en voor de kleuterschool in 't Mulderke wordt als volgt bepaald:
Gemeentelijke basisschool De Kei
Gemeentelijke basisschool 't Kiezeltje
Art. 2 De gemeenteraad keurt, op advies van het overleg tussen de schoolbesturen en schooldirecties van de Kapelse kleuter- en basisscholen en het lokaal bestuur en volgens de bepalingen van de Vlaamse Overheid, de tijdslijn voor de aanmeldingsprocedure goed:
Een school moet de vrije plaatsen minstens bekend maken op volgende momenten:
Art. 4 De directeur kan in bepaalde situaties leerlingen toch inschrijven als de maximumcapaciteit bereikt is.
De gemeenteraad neemt kennis van het voornemen van het college van burgemeester en schepenen om in te tekenen op het aanbod van taalrugzakjes van de provincie Vlaams-Brabant.
De Provincie Vlaams-Brabant biedt aan gemeenten de mogelijkheid om taalrugzakjes aan te kopen voor leerlingen van het eerste leerjaar van de basisscholen op hun grondgebied.
De bevoegdheid van het college van burgemeester en schepenen inzake uitvoering van het gemeentelijk onderwijsbeleid (artikel 56 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017).
De taalrugzakjes bevatten taalstimulerend materiaal waarmee kinderen op een speelse manier hun kennis van het Nederlands kunnen uitbreiden en onderhouden, zowel op school als thuis. Het aanbieden van taalstimulerend materiaal draagt bij tot de taalvaardigheid van jonge leerlingen.
Het initiatief kadert binnen het provinciale taalbeleid en heeft als doel de taalontwikkeling van jonge kinderen te versterken en de kans op een taalterugval te verkleinen wanneer de schoolwerking tijdelijk stilvalt (bijvoorbeeld tijdens vakantieperiodes of andere onderbrekingen). Dit project sluit aan bij de doelstellingen van het gemeentelijk flankerend onderwijsbeleid inzake taalstimulering en gelijke onderwijskansen. De financiële voorwaarden van het provinciale aanbod zijn gunstig voor onze gemeente (15 euro per taalrugzakje).
De gemeente Kapelle-op-den-Bos wenst op dit aanbod in te tekenen om het taalbeleid binnen de lokale basisscholen te ondersteunen en de gelijke onderwijskansen van alle leerlingen te bevorderen.
De inschrijving dient ten laatste op 8 februari 2026 te gebeuren. Op 16 februari 2026 laat de Provincie Vlaams-Brabant weten of onze gemeente geselecteerd is.
Art. 1 De gemeenteraad neemt kennis van het voornemen van het college van burgemeester en schepenen om in te tekenen op het aanbod van taalrugzakjes van de provincie Vlaams-Brabant.
De gemeenteraad keurt de lastvoorwaarden en gunningswijze goed voor het dossier Aanstelling ontwerper nieuwbouw Turnzaal en aanvullende functies.
De wens van het lokaal bestuur om de infrastructuur te vernieuwen en in te zetten in het kader van een breed gebruik.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.
De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.
De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 36.
Het KB van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.
Het KB van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen.
Het gebouw is sterk verouderd en voldoet niet meer aan het huidige gebruik. Tevens wenst het bestuur de gebouwen breder te gebruiken en te optimaliseren.
In het kader van de opdracht “Aanstelling ontwerper nieuwbouw Turnzaal en aanvullende functies” werd een bestek met nr. 2025/129 opgesteld door afdeling Grondgebiedzaken.
De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op 128.000,00 EUR exclusief BTW.
Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen bij wijze van de openbare procedure.
De uitgave voor deze opdracht is voorzien in B1P3A2 0800-00 2140007.
Art 1.Het bestek met nr. 2025/129 en de raming voor de opdracht “Aanstelling ontwerper nieuwbouw Turnzaal en aanvullende functies”, opgesteld door afdeling Grondgebiedzaken worden goedgekeurd. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming bedraagt 128.000,00 EUR exclusief BTW.
Art 2.Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de openbare procedure.
Art 3.De aankondiging van de opdracht wordt ingevuld, goedgekeurd en bekendgemaakt op nationaal niveau.
Art 4.De uitgave voor deze opdracht is voorzien in B1P3A2 0800-00 2140007.
De gemeenteraad keurt de lastvoorwaarden en gunningswijze goed voor de opdracht Raamovereenkomst Veegwerken met opzuiging.
Het lokaal bestuur wenst een overheidsopdracht op te starten voor het borstelen en het opzuigen van het veegvuil van straatgoten van alle straten en fietspaden in Kapelle-op-den-Bos.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.
De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.
De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 36 en artikel 57 en artikel 43.
Het KB van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.
Het KB van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen.
In het kader van de opdracht “Raamovereenkomst Veegwerken met opzuiging” werd een bestek met nr. 2025/144 opgesteld door afdeling Grondgebiedzaken.
Deze opdracht is als volgt opgedeeld:* Basisopdracht (Raamovereenkomst Veegwerken met opzuiging), raming: 37.150,00 EUR exclusief BTW;* Verlenging 1 (Raamovereenkomst Veegwerken met opzuiging), raming: 37.150,00 EUR exclusief BTW;* Verlenging 2 (Raamovereenkomst Veegwerken met opzuiging), raming: 37.150,00 EUR exclusief BTW;* Verlenging 3 (Raamovereenkomst Veegwerken met opzuiging), raming: 37.150,00 EUR exclusief BTW.
De totale uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op 148.600,00 EUR exclusief BTW.
Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen bij wijze van de openbare procedure.
Het bestuur beschikte bij het opstellen van de lastvoorwaarden voor deze opdracht niet over de exact benodigde hoeveelheden.
Deze raming overschrijdt de limieten van de Europese bekendmaking.
De uitgave voor deze opdracht is voorzien in B7P3A1 0200-00 2240207.
Art 1.Het bestek met nr. 2025/144 en de raming voor de opdracht “Raamovereenkomst Veegwerken met opzuiging”, opgesteld door afdeling Grondgebiedzaken worden goedgekeurd. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming bedraagt 148.600,00 EUR exclusief BTW.
Art 2.Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de openbare procedure.
Art 3.De aankondiging van de opdracht wordt ingevuld, goedgekeurd en bekendgemaakt op nationaal en Europees niveau.
Art 4.De uitgave voor deze opdracht is voorzien in B7P3A1 0200-00 2240207.
Het decreet van 22/12/2017 over het lokaal bestuur voorziet voor het personeel van gemeente en OCMW in recht op opvolging en feedback, al dan niet door middel van een evaluatie, over hun wijze van functioneren. Deze regelgeving is eveneens van toepassing op de decretale graden.
In de rechtspositieregeling voor het personeel van lokaal bestuur Kapelle-op-den-Bos is een hoofdstuk opgenomen met bepalingen rond de evaluatie tijdens de loopbaan van personeelsleden en met specifieke bepalingen voor de evaluatie van de decretale graden van de gemeente.
Artikel 73 uit de lokale rechtspositieregeling schrijft voor dat het ontwikkelplan voor de decretale graden wordt bepaald door de gemeenteraad, dit op basis van de decretale opdrachten, de functiebeschrijving en functieprofiel van de betrokken functiehouder.
Besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2017 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie, de rechtspositieregeling en het mandaatstelsel van het gemeentepersoneel en het provinciepersoneel en houdende enkele bepalingen betreffende de rechtspositie van de secretaris en de ontvanger van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, hoofdstuk IV en V.
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, artikel 194.
De beslissing van de gemeenteraad van 28 september 2020 tot toetreding van gemeente Kapelle-op-den-Bos als vennoot bij Poolstok voor ondersteuning inzake personeels- en organisatiebeleid.
De rechtspositieregeling voor het personeel van lokaal bestuur Kapelle-op-den-Bos vastgesteld door gemeente- en OCMW-raad van 15 december 2025, Hoofdstuk VIII. De evaluatie tijdens de loopbaan, Afdeling VI. Specifieke bepalingen voor de evaluatie van de decretale graden van de gemeente.
De beslissing van het college van 20 oktober 2025 tot aanstelling Key-Consult, via Poolstok, als externe deskundige in het personeelsbeleid als partner en procesbegeleider voor de evaluatie van de decretale graden bij gemeente Kapelle-op-den-Bos.
Het college, als onderdeel van het evaluatiecomité, keurde het voorstel van de externe deskundige m.b.t. de methodiek en basisafspraken, de evaluatiecriteria ( het ontwikkelplan) en de respondenten/getuigen voor de evaluatie van de algemeen directeur en financieel directeur goed in de zitting van 22 december 2025.
De evaluatiecriteria en de methodieken om deze te meten werden in een voorbereidende fase vastgelegd na voorbereiding door de extern deskundige, in samenspraak met de functiehouders en het evaluatiecomité.
Tijdens deze voorbereidende fase werden volgende basisafspraken gemaakt voor zowel de algemeen als de financieel directeur:
- 2 à 3 doelstellingen
- 2 à 3 cruciale resultaatsgebieden
- 3 à 4 generieke competenties
- 3 à 4 functiespecifieke competenties (het competentiewoordenboek van de Vlaamse Overheid wordt hiertoe als bron gebruikt)
Ook werd er op dat moment voor deze set van criteria inhoudelijk een voorstel uitgewerkt mede m.b.v. de functiebeschrijvingen.
Dit voorstel werd verder uitgewerkt op 9 december 2025 in afstemming met de decretale graden zelf. De twee decretale graden doen hiervoor een voorstel mits het vragen van input aan het beleid, collega's van het MAT en andere rechtstreekse medewerkers. De financieel directeur vraagt ook input aan de algemeen directeur.
Het voorstel van evaluatiecriteria voor de algemeen directeur werd op 9 december 2025 in de vorm van een planningsgesprek samen met de externe deskundige besproken en waar nodig aangescherpt. De externe deskundige zorgde ervoor dat de doelstellingen SMART werden geformuleerd. De eindversie van de evaluatiecriteria voor de algemeen directeur en financieel directeur werd opgenomen in bijlage.
Deze evaluatiecriteria werden door het CBS goedgekeurd.
De volgende stappen zijn dan de feedbackgesprekken van januari 2026 en van 2027. Dit is een gesprek tussen het CBS en de decretale graad op basis van de evaluatiecriteria.
Feedback wordt uitgewisseld en waar nodig worden bijkomende afspraken gemaakt. Deze gesprekken eindigen zonder een oordeel te geven over de realisatiegraad van de
evaluatiecriteria.
Let wel: bij het feedbackgesprek van de financieel directeur draagt de algemeen directeur ook inhoudelijke bij vanuit zijn rol van functionele leidinggevende van de financieel directeur.
Op 8 januari 2026 werden de eerste feedbackgesprekken gevoerd waarin de definitieve versie van de evaluatiecriteria, vanaf nu ontwikkelplan genoemd, werden vastgelegd.
Begin 2028 volgt de evaluatiefase die als volgt wordt ingevuld.
1. Invullen van de online bevraging door de respondenten, ook door betrokken decretale graad.
2. Interview over de evaluatiecriteria (cq persoonlijk ontwikkelingsplan) bij de betrokken decretale graad (gebaseerd op een grondige en factbased
zelfevaluatie).
3. Mogelijk bijkomende interviews met 2p uit het beleid en 2p uit de organisatie. Dit wordt beslist in 2027.
4. Opmaken van het feedbackrapport door de externe begeleider.
5. Mailen van het rapport aan de burgemeester en AD (voor het rapport van de FD) bij wijze van preview.
6. Het finale rapport wordt overgemaakt aan de FD (voor het rapport van de FD), de burgemeester, schepen van personeel en AD. De andere leden van het evaluatiecomité ontvangen alleen de management samenvatting (= de grafieken en de samenvatting met aanbevelingen2). De AD en FD kunnen (voor hun rapport) er commentaar aan
toevoegen evenals een actieplan voor de toekomst. Dit wordt via de externe begeleider overgemaakt aan het evaluatiecomité en de AD.
7. Toelichting van het rapport aan het evaluatiecomité en de AD (voor rapport van de FD) door de externe begeleider en mogelijkheid van de algemeen directeur en financieel directeur om gehoord te worden door het evaluatiecomité op eigen initiatief of op verzoek van het evaluatiecomité, en voorstel van besluitvorming over het evaluatie-oordeel (gunstig of ongunstig). Het evaluatie-oordeel wordt via open of gesloten stemming bepaald (alleen het evaluatiecomité stemt, de AD niet).
8. Een evaluatiegesprek tussen het CBS en AD met de FD (voor het rapport van de FD)(al dan niet door de
externe begeleider gefaciliteerd).
9. De GR zal geïnformeerd worden over het evaluatie-oordeel (gunstig of ongunstig).
• Criteria voor de selectie van respondenten en getuigen:
De scoring in de online bevraging: alle indicatoren worden per evaluatiecriterium gescoord,
de grafieken en detailtabellen worden getrokken in 3 niveaus: zelfevaluatie, het beleid en de
organisatie.
Art. 1. De gemeenteraad keurt de methodiek van de 360° feedback voor de evaluatie van de algemeen en financieel directeur goed.
Art. 2. De gemeenteraad legt het ontwikkelplan (resultaatsgebieden, doelstellingen, generieke en functiespecifieke competenties) voor de algemeen en financieel directeur voor de periode 2026-2027 vast zoals opgenomen in bijlage.
Art. 3. De gemeenteraad legt de respondenten en getuigen in functie van de 360° feedback van de algemeen directeur vast zoals opgenomen in bijlage.
De gemeenteraad keurt de samenstelling van de Gecoro goed.
Naar aanleiding van de nieuwe legislatuur wordt een nieuwe gecoro samengesteld.
Art. 1.3.3 van de Vlaamse codex Ruimtelijke Ordening (verder VCRO), die stelt dat er een adviesraad wordt opgericht voor ruimtelijke ordening op het niveau van de gemeente , hierna de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening te noemen.
Besluit van de Vlaamse regering dd. 19 mei 2000 tot vaststelling van nadere regels. voor de samenstelling, de organisatie en de werkwijze van de provinciale en gemeentelijke
commissies voor ruimtelijke ordening.
Gelet op onze beslissing van 17 december 2001 houdende goedkeuring van de oprichting van de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening (gecoro).
Gelet op onze beslissing van 31 maart 2025 voor de aanduiding van de maatschappelijke geledingen ter vervanging van de voorgaande beslissing van 29 april 2019.
Gelet op het feit dat in de gemeenteraadsbeslissing van 31 maart 2025 staat vermeld dat de gemeente opteert om de gecoro samen te stellen uit 12 leden waarvan 5 deskundigen en 7 vertegenwoordigers van de maatschappelijke geledingen.
Gelet op de bepalingen in de VCRO die vermeldt dat de samenstelling afhankelijk is van het inwonersaantal van de gemeente en maximum uit 9 leden mag bestaan. Dat hierdoor dit onderdeel uit de beslissing dient herzien te worden.
Met deze beslissing d.d. 26 januari 2026 herziet de gemeenteraad het maximaal aantal leden naar maximaal 9 leden.
Gelet op de oproepen naar verschillende deskundigen en maatschappelijke geledingen.
Onderstaande personen zijn voorgedragen als vertegenwoordiger van hun maatschappelijke geleding:
voor ABVV:
voor ACV:
voor Boerenbond:
voor Natuurpunt:
voor UNIZO:
Gelet op het feit dat er door ACLVB en VOKA geen vertegenwoordigers werden voorgedragen.
Onderstaande kandidaturen voor deskundige hebben ons bereikt:
Overwegende dat de Gecoro bestaat uit maximaal 9 leden, waarvan er reeds 5 leden werden voorgedragen door de aangeduide maatschappelijke geledingen.
Dit heeft tot gevolg dat er nog 4 deskundigen als effectieve vertegenwoordiger en 3 als plaatsvervangend vertegenwoordiger dienen aangeduid te worden door de raad.
Elk effectief lid heeft immers een plaatsvervanger, uitgezonderd de voorzitter. De voorzitter wordt gekozen uit de deskundigen.
Overwegende dat de kandidaten voldoen aan de voorwaarden om als lid van de gecoro te zetelen.
Gelet op art. 1.3.3. §.3 van de VCRO, worden de voorzitter en de vaste secretaris voorgedragen door het college van burgemeester en schepenen.
Gelet op het voorstel van het college van burgemeester en schepenen om Peter Bruggeman, omgevingsambtenaar van de gemeente voor te dragen als vaste secretaris en Marianda Moyson als voorzitter, zoals voorzien in de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 22 december 2025.
Mevrouw Marianda Moyson brengt als notaris een sterke juridische expertise en een onafhankelijke blik mee, wat essentieel is voor een goed functionerende Gecoro. Haar ervaring met complexe dossiers en haar vermogen om belangen zorgvuldig af te wegen, maken haar bijzonder geschikt om de commissie te leiden. Met haar integriteit en communicatieve vaardigheden kan zij zorgen voor een transparante en evenwichtige besluitvorming in het algemeen belang.
Vervolgens dienen er nog 3 deskundigen aangeduid te worden door de raad.
Volgende deskundigen worden voorgedragen door het college van burgemeester en schepenen:
Bij de effectieve leden zijn 3 leden vrouwelijk. Er wordt dus voldaan aan Art. 304§3 van het Decreet Lokaal Bestuur dat bepaalt dat binnen een overlegstructuur hoogstens twee derde van de leden van hetzelfde geslacht mag zijn.
Voor Vlaams Belang:
De nieuwe samenstelling van de Gecoro is van toepassing vanaf de datum van deze beslissing.
Art. 1 De gemeenteraad beslist volgens de bepalingen van het VCRO om de samenstelling van de Gecoro bij te stellen naar maximaal 9 leden.
Art. 2 De gemeenteraad gaat akkoord met volgende samenstelling van de gemeentelijke commissie ruimtelijke ordening (Gecoro):
Art. 3 De gemeenteraad neemt kennis van de voorgedragen vertegenwoordigers van de politieke fracties voor de Gecoro. Zij kunnen niet deelnemen aan de beraadslagingen.
Voor Vlaams-Belang:
De raad neemt kennis van de mondelinge vraag van de Groen-fractie betreffende "Stand van zaken van Cambio deelauto's".
Gehoord mevrouw Hanne Lamberts-Van Assche, raadslid, die namens de Groen-fractie deze mondelinge vraag heeft toegevoegd aan de dagorde van de gemeenteraad en dit ook toelicht.
Sinds 2024 zijn er twee Cambio-deelwagens in onze gemeente. Deelmobiliteit is een belangrijke hefboom voor een duurzamer mobiliteitsbeleid: ze verlaagt de CO₂-uitstoot, vermindert de parkeerdruk en biedt inwoners een betaalbaar alternatief voor een eigen wagen.
We stellen vast dat de locaties van de deelwagens recent werden aangepast. Vandaag staat er één deelwagen aan het station en één op het Marktplein. Dat lijkt ons een logische spreiding, die het gebruik verder kan stimuleren.
Tegelijk blijft deelmobiliteit voor veel Kapellenaren nog relatief onbekend. Net daarom zijn blijvende communicatie en sensibilisering cruciaal om drempels weg te nemen en het gebruik verder te laten groeien.
Daarom had ik graag gepolst naar de stand van zaken rond de Cambio-deelwagens in onze gemeente:
- Zijn er cijfers beschikbaar over het gebruik van de deelwagens in 2025?
- Welke concrete acties werden er in 2025 ondernomen om het gebruik van de deelwagens te promoten?
- Ziet het college mogelijkheden om in 2026 opnieuw een infoavond te organiseren rond deelmobiliteit?
- En kan er, gezien de gewijzigde locaties, extra aandacht worden besteed aan de deelwagens – en eventueel ook de deelfietsen – via het Infokanaal en de sociale media van de gemeente?
Volgens ons kan hernieuwde en duidelijke communicatie een belangrijke rol spelen om nog meer inwoners warm te maken voor dit duurzame mobiliteitsaanbod.
Daarbij denken we in het bijzonder aan nieuwe, jonge gezinnen die hier recent zijn komen wonen en nog niet vertrouwd zijn met het aanbod aan deelauto’s. Om deze doelgroep ook te informeren lijkt een nieuwe campagne rond deelmobiliteit dan ook zinvol.
Alvast bedankt voor jullie antwoord.
De raad neemt kennis van de mondelinge vraag van de Groen-fractie betreffende "Vogeltjeswijk".
Gehoord mevrouw Hanne Lamberts-Van Assche, raadslid, die namens de Groen-fractie deze mondelinge vraag heeft toegevoegd aan de dagorde van de gemeenteraad en dit ook toelicht.
Het project in de Vogeltjeswijk heeft ondertussen al een heel traject afgelegd.
In december vond een infomoment plaats voor de bewoners van de Vogeltjeswijk, waarbij toelichting werd gegeven bij de plannen.
In de nieuwe meerjarenplanning die vandaag voorligt, stellen we echter vast dat de voorziene investering voor de Vogeltjeswijk opnieuw sterk is verminderd. In december was er nog sprake van een geplande investering van 600 000 euro. In de herziene meerjarenplanning die vandaag werd gestemd, blijft daar nog slechts 120 000 euro van over. Dat roept bij ons – en bij bewoners – heel wat vragen op over de verdere ambities voor deze wijk.
Daarom had ik graag volgende vragen gesteld:
- Buurtbewoners die niet aanwezig konden zijn op het infomoment in december, kunnen de toegelichte informatie nergens terugvinden. Kan deze informatie (presentatie, plannen, toelichting) gedeeld worden op de gemeentelijke website, zodat alle bewoners correct en volledig geïnformeerd zijn?
- Het budget en vermoedelijk ook de plannen zijn intussen opnieuw aangepast. Wordt er nog een nieuw infomoment voorzien om de buurtbewoners hierover te informeren en met hen in dialoog te gaan?
- Wat is, met het huidige voorziene budget van 120 000 euro, nog concreet mogelijk in de Vogeltjeswijk? Gaat het hierbij vooral om beperkt onderhoud en oplapwerk, of blijft een echte herwaardering van de wijk op langere termijn nog een doelstelling?
Alvast bedankt voor het antwoord.
De voorzitter sluit de zitting op 26/01/2026 om 22:38.
Namens Gemeenteraad,
Siebe Ruykens
algemeen directeur
Dirk Robberechts
voorzitter van de gemeenteraad